Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer
Einde inhoudsopgave
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.1.7:A.1.7 Zaak-N en National Grid Indus BV
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.1.7
A.1.7 Zaak-N en National Grid Indus BV
Documentgegevens:
Dr. E.A.P. Schouten, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
Dr. E.A.P. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS634739:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II 2003/2004, 29758 (Wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Overige fiscale maatregelen 2005).
Zie ook R. de Graaff en A. de Haan, National Grid vs. N: verenigbaar of niet?,Weekblad Fiscaal Recht 2012/612.
R. de Graaff en A. de Haan, National Grid vs. N: verenigbaar of niet?,Weekblad Fiscaal Recht 2012/612, paragraaf 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
N emigreerde in 1997 vanuit Nederland naar Engeland. Hij was op dat moment enig aandeelhouder van drie vennootschappen. Aan N is een aanslag inkomstenbelasting 1997 opgelegd waarin een bedrag is opgenomen aan aanmerkelijk belangwinst wegens fictieve vervreemding. N vroeg uitstel van betaling voor het gedeelte dat zag op de aanmerkelijk belangwinst. Hij heeft dat uitstel gekregen op de voorwaarde dat hij zijn aandelen in één van de vennootschappen tot zekerheid van de belastingschuld in pand gaf. N maakte bezwaar tegen deze aanslag.
Het HvJ oordeelde dat de vrijheid van vestiging aldus moet worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een lidstaat een systeem invoert van belasting over waardeaangroei in geval van verlegging van de woonplaats van een belastingplichtige van die lidstaat naar het buitenland dat voor de verlening van uitstel van betaling van deze belasting zekerheidsstelling vereist en niet volledig rekening houdt met waardeverminderingen die na de verlegging van de woonplaats van de belanghebbende kunnen optreden en die niet in aanmerking worden genomen door de lidstaat van ontvangst. Met andere woorden: volgens het HvJ vormden de voorwaarden die werden gesteld voor het verkrijgen van uitstel van betaling op een conserverende aanslag een belemmering van het vrije verkeer. Er moest namelijk zekerheid worden gesteld en er werd geen rekening gehouden met een latere daling van de waarde van de aandelen, waardoor de heffingsgrondslag lager zou zijn. Een binnenlands belastingplichtige hoeft geen zekerheid te stellen. Vanwege dit arrest paste de Nederlandse wetgever de wet aan.1 Zie verder paragraaf 5.2.4.2.2.
Op 29 november 2011 verscheen het arrest van het HvJ in de zaak-National Grid Indus BV (hierna: NGI) verschenen. Kort gezegd2 oordeelde het HvJ dat heffing van vennootschapsbelasting over niet-gerealiseerde meerwaarden vanwege de exit uit Nederland van een vennootschap niet in strijd is met de vestigingsvrijheid binnen de Europese Unie. Bij de invordering dient Nederland de vertrekkende vennootschap echter de keuze te laten tussen direct betalen en later betalen (inclusief rente). Daarbij hoeft geen rekening te worden gehouden met latere waardeverminderingen en mogen zekerheden worden gevraagd. Dit wijkt af van enkele punten uit het arrest-N. De Graaff en De Haan trekken de volgende conclusies.3 Dat er bij NGI door de vertrekstaat geen rekening hoeft te worden gehouden met waardedalingen na emigratie lijkt aan te haken bij het gegeven dat bedrijfsmiddelen worden verbruikt in het bedrijfsproces, jaarwinst genereren en aftrekbaar afgeschreven worden. Met dit verbruik dient rekening te worden gehouden door de nieuwe woonstaat die ook gerechtigd is tot heffing over de hetgeen het proces oplevert. Bij aandelen gehouden door een emigrerende aandeelhouder, waarover de zaak-N gaat, is er geen sprake van een dergelijk verbruik. Los daarvan lijkt het HvJ te menen dat een eindafrekening door de staat van vertrek over emigrerend bedrijfsvermogen, internationaal gebruikelijk is, terwijl bij de heffing over een substantieel belang gehouden door een emigrerende aandeelhouder sprake is van een minder sterk (wellicht aan tijd gebonden) recht. Het HvJ veronderstelt dat de lidstaat die het bedrijf ontvangt het bedrijf als nieuw en dus met een step-up zal ontvangen. Het HvJ stelt dit echter niet als een vereiste.4
Aangezien in de zaak-N rekening dient te worden gehouden met waardedalingen na emigratie, is het niet mogelijk om voor realisatie de heffing op het juiste bedrag vast te stellen. Bij NGI is het exacte bedrag van de heffing echter op het emigratietijdstip te berekenen. Hoewel bij NGI dus op het emigratietijdstip over zou kunnen worden gegaan tot invordering van de definitieve belastingschuld, kan dit op problemen stuiten bij de emigrant vanwege het gebrek aan liquiditeiten. Derhalve wordt de mogelijkheid tot betalingsuitstel geïntroduceerd door het HvJ, waarbij belanghebbende de vrijheid wordt gelaten om toch direct tot betaling over te gaan indien dit tot minder rompslomp leidt. Het monitoren van een pakket aandelen is veel eenvoudiger. Het argument van de rompslomp speelt hier dan ook veel minder.
Indien na de emigratie van een AB-houder, zijn pakket aandelen in waarde daalt, zal zijn belastingschuld in gelijke mate dalen indien de lidstaat van vertrek rekening dient te houden met die waardedalingen. De waardedaling leidt in die gevallen dan ook niet tot betalingsproblemen ten aanzien van de aanslag. Deze zekerheid bestaat niet voor een definitief vastgestelde exitheffing in de vennootschapsbelasting. Als de waarde van het bedrijf na emigratie afneemt, zal de kans op niet betalen voor de vertrekstaat toenemen. Het HvJ heeft dit risico voor de vertrekstaat willen beperken door bij de zaak-NGI, anders dan bij N, wel toe te staan dat om zekerheid kan worden gevraagd door de vertrekstaat. Mogelijk dat dit ook geldt voor de AB-exitheffing indien de lidstaat van ontvangst wel rekening houdt met waardedalingen na de emigratie.
Als tevens in ogenschouw wordt genomen dat rente mag worden berekend over de exitheffing bij emigratie van een onderneming, dan is de uitgestelde betaling economisch bezien hetzelfde als meteen betalen.