Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/6.4.5.1
6.4.5.1 Aard van de regelgeving
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713079:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld met betrekking tot het productaansprakelijkheidsrecht: Veldt 2020, par. 2.4 en par. 8.5, nr. 276.
Vgl. Bleeker 2021, p. 41.
Snijders & Castermans hebben eerder geschreven over ‘gelede normstelling’ (Snijders 2021, p. 5; Castermans 2021, p. 53. Het gaat dan om normen van verschillende aard of herkomst (overheidsregulering, zelfregulering, publiekrechtelijk, privaatrechtelijk, open normen, concrete normen, nationale of Europese normen) die afzonderlijk of gezamenlijk van toepassing kunnen zijn op een voorliggend geschil.
Denk aan, onder andere, regels omtrent milieu, afvalverwerking, energiebesparing, hinder, gebruik van (medische) hulpmiddelen, productveiligheid, verpakkingen en etiketten.
Zie m.b.t. deze ‘gelaagde regelgeving’: Van Gestel & Loth, NJB 2015/1849, p. 2602 e.v.; Loth, AA 2018, p. 335-442.
Zie nader: Jansen, in: GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 1.9.1, 4.2.3, 5.2.3, 6.1.13.1 (online, laatst bijgewerkt: 1 december 2020); Zie ook Sieburgh 2014, p. 520; Asser/Hartkamp 3-I 2019/70 e.v.
J.B.M. Vranken, annotatie bij: HR 10 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9317, NJ 2008/491(Astrazeneca/Menzis).
Castermans 2021, p. 57. Deze vraag hangt ook samen met de vraag of het wenselijk is dat de rechter zorgplichten kan formuleren die verder gaan dan wetgeving en of daarmee de rechter niet teveel op de stoel van de wetgever gaat zitten. Ik laat dit vraagstuk en het vraagstuk naar de wenselijkheid van de instrumentele toepassing van het aansprakelijkheidsrecht verder rusten.
Ik laat vragen van samenloop verder rusten.
Ten vierde is de hoedanigheid van de laedens van betekenis via de doorwerking van wettelijke bepalingen. Een wettelijke regeling kan gericht zijn tot ‘eenieder’ of tot een specifieke maatschappelijke groep.1 In dat laatste geval is de hoedanigheid van de laedens van grotere betekenis voor de aansprakelijkheid dan in het eerste geval. Met het beperken van de kring normadressaten, kan de norm namelijk nader toegespitst worden op de hoedanigheid van de dader.2 Met andere woorden, differentiatie van normadressaten leidt tot differentiatie van normen en daarmee tot een differentiatie in het beschermingsniveau. Er bestaat een scala aan (bindende) regelingen van uiteenlopende aard3 voor ondernemers,4 die niet of in mindere mate gelden voor particulieren. Te denken valt aan milieuwetten, productveiligheidsregelingen of arbo-regelingen. Sommige van deze regelingen zijn van Europese aard.5 Ik laat deze Europese dimensie hier buiten beschouwing.6 In streng gereguleerde markten is de invloed van de hoedanigheid van laedens van groot belang.7 Ik kom in hoofdstuk 8 nog terug op de vraag of de toepassing van deze normen leidt tot een aanscherping van de aansprakelijkheid van ondernemers. Op deze plek ga ik eerst in op de vraag hoe deze wettelijke regelingen doorwerken in het onrechtmatigheidsoordeel.8 Ik onderscheid verschillende gevallen.9