Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/6.4.5.6
6.4.5.6 Er is geen wettelijke bepaling
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713111:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Giesen & De Jong 2022, p. 13 en 20, die spreken over ‘overheidsfalen’.
Hier spelen ook vragen omtrent de verhouding wetgever-rechter, die ik hier verder laat rusten.
Vgl. HR 20 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7686, NJ 2000/700 (Foekens/Naim); HR 5 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1453, NJ 2005/215 (Stichting De Lozerhof); HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236, NJ 2012/155, m.nt. T. Hartlief (Wilnis); HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006, NJ 2020/41, m.nt. J. Spier (Urgenda); Rb. Den Haag 26 mei 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:5337 (Milieudefensie/Shell), JOR 2021/208, m.nt. S.J.M. Biesmans
Zie bijvoorbeeld: HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1107, NJ 2017/363, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (SNS v. Stichting Overwaardeconstructie W&P).
In het vijfde geval – dat nauw samenhangt met het vierde geval – is er helemaal geen wettelijke bepaling. Er is dan sprake van een regulatory gap.1 De vraag speelt dan of er wel een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm kan gelden.2 Het is vaststaande rechtspraak dat de laedens toch schadeplichtig kan zijn op grond van het ongeschreven recht.3 Bij gebreke van een wettelijke regeling, speelt de hoedanigheid van de normadressaat van een dergelijke regeling geen rol. De hoedanigheid van de laedens kan wel op andere wijze doorwerken (zie bijvoorbeeld types 1 tot en met 3). Dit is anders als er bijvoorbeeld wordt geanticipeerd op een wettelijke regeling.4