Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/5.7.9
5.7.9 Excessief hoge proceskosten
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS431781:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voorontwerp van Wet, MvT, April 1993, p. 34.
Kamerstukken II 1999/00, 26 855, nr. 4, p. 13 (Verslag); nr. 5, p. 19 (Nota n.a.v. het verslag).
G.J.W. Steenhoff, 'De rechtsmachtregeling inzake vermogensrecht in het herziene Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering', Executief 2002, p. 5-6; M.L. Hendrikse & A.W. Jongbloed, 'De bevoegdheid van de rechter', Praktisch procederen 2002, p. 7. Voor het 'oud' procesrecht ook Verheul & Feteris, Rechtsmacht (II), p. 285.
Kamerstukken // 1999/00, 26 855, nr. 3, p. 42 (MvT).
In deze zin ook L. Strikwerda, 'Drie fora: forum actoris, forum necessitatis en forum non conveniens' , N/PR-Speciale aflevering 1996, p. 105; P. Vlas & F. Ibili, 'De nieuwe commune regels inzake de rechtsmacht van de Nederlandse rechter', WPNR (2003) 6527, p. 319; Strikwerda (2005), nr. 228; Burgerlijke Rechtsvordering, Vlas, art. 9 Rv, aant. 5. Vgl. Rb. Rotterdam 16 mei 2002, IVIPR 2003, 56: 'De omstandigheid dat procederen in Londen tot hoge -mogelijk deels niet verhaalbare- kosten zou kunnen leiden, betekent niet dat een beroep op een tussen partijen geldend forumkeuzebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht.' Vgl. m.b.t. een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor in Nederland Rb. Rotterdam 29 september 1993, IVIPR 1993, 485: 'Het feit dat een procedure in een ander land langduriger en kostbaarder is dan in Nederland kan toch in redelijkheid niet geacht worden een reden te zijn om bevoegdheid van de Nederlandse rechter aan te nemen.'
Anders de Toelichting bij art. 11 Belgische IPR-Wet: 'Ook zou het onredelijk kunnen zijn om een procesvoering in het buitenland te eisen, met de daaraan verbonden kosten rekening houdend met de elementen van lokalisatie van het geval, indien de betwiste financiële belangen niet in verhouding staan tot dergelijke bijkomende kosten.'
Een interessante vraag is of de Nederlandse rechter zich als forum necessitatis in de zin van art. 9 sub c Rv bevoegd kan verklaren op de grond dat de proceskosten in een buitenlandse procedure (advocaatkosten, griffierechten, etc) voor de eiser excessief hoog zullen zijn. De vraag heeft zich in de rechtspraak nog niet voorgedaan. In de Memorie van Toelichting op het Voorontwerp van Wet uit 1993 werden de extreem hoge kosten van een buitenlandse procedure voldoende geacht voor de aanvaarding van bevoegdheid op basis van het relatieve forum necessitatis.1 Dit voorbeeld komt in de huidige Toelichting niet meer terug. Hiervoor is volgens de minister 'geen bijzondere reden aan te wijzen' .2 In de literatuur lopen de meningen op dit punt uiteen. Sommige schrijvers blijven de excessief hoge kosten van buitenlandse procedures aandragen als voldoende basis voor de toepassing van art. 9 sub c Rv.3 Zo is verdedigd dat een partij met een inkomen net boven de toevoegingsgrens zich tot de Nederlandse rechter moet kunnen wenden, indien het alternatief forum in de Verenigde Staten van Amerika is gelegen.4 Vanwege de hoge advocaatkosten, om maar iets te noemen, kan de eiser bij het ontbreken van gefinancierde rechtsbijstand geen advocaat inschakelen, waardoor een gang naar de buitenlandse rechter noodgedwongen uitblijft. Deze opvatting is sympathiek tegenover de (onvermogende) eiser, maar ik vraag mij af of de Nederlandse rechter daarmee niet een te bemoeizuchtig forum wordt. Indien deze opvatting toch wordt gevolgd, rijst een andere problematische vraag: wanneer zijn proceskosten excessief hoog? Zijn absolute bedragen doorslaggevend of moeten de proceskosten gerelateerd worden aan de draagkracht van de eiser of de met de procedure gemoeide financiële belangen?
Alhoewel het in art. 9 sub c Rv gaat om een afgezwakte vorm van forum necessitatis, zodat daardoor minder strenge voorwaarden gelden dan bij art. 9 sub b Rv, moet het artikel desalniettemin restrictief worden uitgelegd.5 De toepassing ervan dient zich te beperken tot uitzonderlijke gevallen. Zo wordt voorkomen dat het artikel, buiten de gevallen waarin dat gerechtvaardigd is, uitmondt in een voortzetting van het vervallen forum actoris van art. 126 lid 3 Rv oud. Art. 9 sub c Rv strekt niet zo ver dat iedere keer als een procedure in het buitenland moet worden gevoerd de Nederlandse rechter zich, gezien de aanzienlijke proceskosten aldaar, bevoegd kan verklaren op grond van art. 9 sub c Rv.6 Hieraan mag mijns inziens niet afdoen dat de eiser in Nederland zijn woonplaats dan wel plaats van vestiging heeft, en de betwiste financiële belangen minder zijn dan de proceskosten die in de buitenlandse procedure gemaakt zouden worden.7 Had de eiser, die zaken doet met bijvoorbeeld een Amerikaanse wederpartij, niet kunnen voorzien dat hij op enig moment eventueel een procedure zou moeten starten in de VS? Had hij zich in een voorfase niet meer alert moeten opstellen door een forumkeuze voor bijvoorbeeld de Nederlandse rechter te bedingen? En, ten slotte, is het nog maar de vraag of een veroordelende beslissing van het Nederlandse forum necessitatis, zo deze wordt verkregen, buiten de lidstaten van de Europese Unie voor erkenning en tenuitvoerlegging in aanmerking komt.