Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/6.3.4:6.3.4 Conclusie
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/6.3.4
6.3.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193605:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Alle icbe’s moeten een bewaarder aanstellen. Dat is een grote vooruitgang ten opzichte van de pre-Madoff icbe-regelgeving, waarbij een niet gemotiveerde uitzondering bestond voor beursgenoteerde beleggingsmaatschappijen waarvan 80% van de deelnemingsrechten via een effectenbeurs werd verhandeld.1 De vereisten voor de overeenkomst zijn in een Verordening opgenomen en dat maakt de regelgeving uniform in de Europese Unie. Deze regels zijn zeer gedetailleerd. Icbe-beleggingsmaatschappijen dienen zelf een bewaarder aan te stellen en zelf een overeenkomst met de bewaarder aan te gaan. Dat is ook het geval als de icbe een beheerder heeft aangesteld. Dit is mijns inziens niet logisch. De icbe die een beheerder heeft aangesteld, zal de overeenkomst zelf immers niet uit kunnen voeren. Bovendien is het voor deelnemers wenselijk om de beheerder aan te kunnen spreken bij fouten in de aanstelling van de bewaarder. Toch is in de Richtlijn opgenomen dat de icbe-beleggingsmaatschappij de bewaarder moet aanstellen en is dit ook zo geïmplementeerd in Luxemburg en Ierland. In Nederland is het aanstellen van een bewaarder wel de taak van de beheerder. Dat is geen Richtlijnconforme implementatie en sluit niet aan bij de Bewaardersverordening. Materieel vind ik dit echter een logische keuze.