Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.3.3.1
2.3.3.1 De Belastingdienst ziet voor zichzelf een ‘voorlichtende taak’
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661605:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Overigens wordt het begrip ‘voorlichtende taak’ wel gebruikt in het kader van informatie van de Belastingdienst die geen juridisch bindende status heeft. Kamervragen met antwoorden over de aftrekbaarheid van trapliften als specifieke zorgkosten 2014, kenmerk ah-tk-20132014-1796 ISSN 0921 - 7398, Aanhangsel van de Handelingen 1796, nr. 2, p. 1-3; brief van staatssecretaris van Financiën Wiebes 24 april 2014, kenmerk DGB/2014/2176 U. Zie ook op de website van de Belastingdienst over het vertrouwensbeginsel: ‘Het kan ook zijn dat u een algemener antwoord van ons krijgt. Dit komt omdat wij ook een voorlichtende taak hebben. Om deze taak goed uit te kunnen voeren, moeten wij vrijelijk algemene informatie kunnen geven zonder dat wij hieraan in specifieke situaties gebonden zijn’ (via https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/standaard_functies/prive/contact/meningsverschil/spelregels/vertrouwensbeginsel, laatstelijk geraadpleegd 1 november 2021). Zie Van Lunteren 1986, par. 2.2 die voorlichting beschouwt als ‘een primaire functie’ van de Belastingdienst.
Zie ook het uitgangspunt dienstverlening in de bedrijfsfilosofie van de Belastingdienst; Van Kommer 1998, p. 13 en Pfeil 2009, p. 407.
Strategie interactie Belastingdienst met burgers, bedrijven en hun intermediairs 2018, par. 2; zie ook Belastingdienst Beheersverslag 2003, p. 1-2; Belastingdienst Beleidsvoorlichting Dienstverlening 2020, par. 2.2.2.
Het Belastingstatuut is neergelegd in de brief van de staatssecretaris van Financiën 12 november 1991, nr. AFZ 91/8296, V-N 1992/2511, 21. Zie hierover Röben 1992 en Reuvers 1992.
Zie hierover Röben 1992, par. 2.1.
Belastingstatuut 1991; zie ook de bijlage in Röben 1992.
Zie de brief van 12 september 1994, nr. AFZ94/4398M; Belastingdienst, brochure 'Welke rechten heeft u bij de Belastingdienst?’, 2014. Over het idee van een handvest voor belastingplichtigen zie recenter Van Hout 2018a; Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken 2021, p. 60; Recenter geeft de staatssecretaris aan dat ‘betere voorlichting over hun rechten en plichten en goede hulp bij de uitvoering hiervan’ gewenst is, zie de brief van staatssecretaris Vijlbrief van 22 april 2021, kenmerk 2021-0000078104, p. 3.
Belastingdienst, brochure 'Welke rechten heeft u bij de Belastingdienst?’, 2014, p. 5.
Rijksbegroting 2022 (Ministerie van Financiën), Kamerstukken II 2021/2022, 35925 IX, nr. 2, p. 94. Zie ook Rijksbegroting 2021 (Ministerie van Financiën), Kamerstukken II 2020/2021, 35570 IX, nr. 2, p. 90.
Belastingdienst Beleidsplan Communicatie 2011-2015, p. 10-11.
Het begrip ‘voorlichtende taak’ wordt zowel door de Belastingdienst, de minister van Financiën als de staatssecretaris van Financiën gehanteerd.1
De permanente opdracht van de Belastingdienst brengt tot uitdrukking dat dienstverlening (waaronder voorlichting) onlosmakelijk onderdeel is van zijn handelen.2
‘De Belastingdienst ziet het als zijn permanente opdracht om de relevante wet- en regelgeving zo doeltreffend en doelmatig mogelijk uit te voeren. Bij de uitvoering daarvan zijn rechtszekerheid en rechtsgelijkheid leidend. Dienstverlening aan en respect voor burgers en bedrijven zijn aan dat handelen onlosmakelijk verbonden.’3
Voorheen was de voorlichtende taak van de Belastingdienst expliciet neergelegd in het zogenoemde ‘Belastingstatuut’ uit 1991.4 Het statuut beoogde op toegankelijke wijze de (bestaande5) rechten van belastingplichtigen tegenover de fiscus te beschrijven. Artikel 2, derde lid, van het Belastingstatuut geeft uitdrukking aan de voorlichtende taak:
‘De Belastingdienst verstrekt actief informatie over de belastingwetten waarvan hem de uitvoering is opgedragen.’6
Inmiddels is het Statuut vervangen door de brochure ‘Welke rechten heeft u bij de Belastingdienst?’ deze brochure dient hetzelfde doel als het Statuut.7 Deze brochure beschrijft onder het kopje ‘Voorlichting’ het recht van belastingplichtigen op goede voorlichting:8
‘U heeft recht op een goede voorlichting door de Belastingdienst. Ook heeft u er recht op te weten wat voor gevolgen een nieuwe wet of een wetswijziging kan hebben en welke actie u moet ondernemen. Vrijwel alle informatie van de Belastingdienst vindt u op internet: (…). Als u algemene vragen over belastingen heeft, kunt u die altijd stellen aan de BelastingTelefoon. (…) Daarnaast verleent de Belastingdienst hulp bij het invullen van aangiften.’
Recenter is de voorlichtende taak expliciet neergelegd in bijvoorbeeld de Rijksbegroting 2022.
‘Wetende dat bestaande weten regelgeving complex is, is het de taak van de Belastingdienst om burgers en bedrijven effectief te informeren over hun rechten en plichten, zodat zij aan hun plichten kunnen voldoen en gebruik kunnen maken van hun rechten.’9
Het is evenwel duidelijk dat de Belastingdienst deze taak niet alleen inzet om (rechts)kennis te vergroten, maar óók om compliance te bevorderen, zoals het Communicatieplan 2011-2015 toont:10
‘Missie en visie
De Belastingdienst wil bevorderen dat burgers en bedrijven hun verplichtingen nakomen en gebruik maken van hun rechten. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat mensen op de hoogte zijn van hun rechten en plichten. Volgens de Uitgangspunten Overheidscommunicatie is de Belastingdienst gehouden om mensen hierover te informeren. Maar communiceren is meer dan mensen voorzien van informatie. Het kan op veel manieren een bijdrage leveren aan compliance.
Als we communiceren doen we dat dan ook altijd vanuit de vraag: hoe communiceren we zo dat we het gewenste gedrag bevorderen? Om dat goed te doen maken we gebruik van kennis over hoe gedrag werkt. We kijken niet naar wat mensen hóren te doen, maar naar wat ze feitelijk doen en waarom ze het doen.’
De voorlichtende taak is in de eigen taakopvatting van de Belastingdienst dus niet enkel informeren, maar de invulling ervan biedt ook een beleidsinstrument ter bevordering van compliance (paragraaf 2.3.3.4). Zo bezien, maakt de Belastingdienst bij de op hem rustende voorlichtende taak ‘van de nood een deugd’.