Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/4.I.G:G. Grensoverschrijdende kavelruil
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/4.I.G
G. Grensoverschrijdende kavelruil
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS472478:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
“Merkwaardig is het, dat deelnemers in een dergelijke kavelruil gronden kunnen uitruilen, op vrij verre afitand van elkaar gelegen in gemeenten, die geen grenzen gemeen hebben!”1
Deze woorden, in 1975 opgeschreven door Cohen, geven op duidelijke wijze de in territoriale zin beperkte visie op kavelruil weer, die lange tijd dominant is geweest binnen landinrichtingssferen. Het rechtsbewustzijn is echter sinds die tijd ontwikkeld, zij het zeer geleidelijk. Thans zijn de tijden voor een uitsluitend nationaal-gekleurde visie op landinrichting in het algemeen en kavelruil in het bijzonder mijns inziens definitief voorbij en is een international re) blik vereist.
Het stemt mij daarbij positief dat de eerste grensoverschrijdende verkenning reeds heeft plaatsgevonden. Het project ‘de Slinge’, waarbij voor het eerst in de historie een grensoverschrijdende kavelruil is toegepast, markeert in mijn ogen het startpunt voor een verdere, internationaal georiënteerde inzet van de kavelruil. De bal ligt thans bij de (nationale en supranationale) overheden en uitvoeringsdiensten, die deze voorzichtige aanzet verder dienen te ontwikkelen. Deze dóórontwikkeling zal echter niet gemakkelijk zijn, aangezien is gebleken dat de tijd thans nog niet rijp is voor een structurele, landsgrens-overstijgende juridische benadering van de kavelruil. De grensoverschrijdende kavelruil, als concept en stimulans voor (verdere) globalisering, is niettemin wenselijk. Bestaande praktische en juridische bezwaren, grotendeels te wijten aan de nog immer aanwezige soevereiniteit van de EU-lidstaten op landinrichtingsgebied, mogen mijns inziens geen belemmering vormen voor de verdere gedachtenvorming en uitwerking van de grensoverschrijdende kavelruil.
Naast voormelde externe grensoverschrijding dient er (ook) aandacht te worden geschonken aan interne grensoverschrijding. Daarmee wordt bedoeld de beheersing van de civielrechtelijke en fiscale aspecten van de kavelruil en de relatie tussen beide rechtsgebieden. De kavelruil bezit daarmee een hybride karakter.’Multilingualisme’2 is derhalve een basisvoorwaarde voor de jurist die zich op professioneel niveau bezighoudt met kavelruil.
Het een kan niet zonder het ander: pas bij voldoende zicht op en beheersing van de interne grenzen van kavelruil kan op succesvolle wijze aan externe grensoverschrijding gedaan worden. Wellicht dat daarop, los van een enkel grensoverschrijdend (pilot) project, vooralsnog de nadruk moet liggen. Want er is mijns inziens nog veel werk aan de winkel. Praktijk, overheid en notariaat dienen alle overtuigd te zijn van de meerwaarde van de (Nederlandse) kavelruil. Waar de wettelijke herverkaveling, als opvolger van de ruilverkaveling, meer en meer als ‘een traditioneel landinrichtingsinstrument’34 beschouwd wordt, dient de kavelruil in mijn ogen te worden gezien als een nieuwere, modernere variant, die vanwege zijn kleinschaligheid in staat is om zich, sneller dan de ‘oude’ herverkaveling, aan te kunnen passen aan veranderende omstandigheden en nieuwe toepassingsgebieden. Het is daarom tijd voor een ‘stille revolutie’ van de kavelruil. Als kameleon van de landinrichting kan de kavelruil voor diverse doeleinden worden ingezet. Dit aanpassend vermogen wordt mijns inziens nog onvoldoende onderkend en benut.’Ruim baan voor de kavelruil’ derhalve.