Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.7.2.5
4.7.2.5 Het betaalverbod bij arbeidsbemiddeling
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943603:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2001/2, 28 465, nr. 3. P. 4.
Rb. Amsterdam 1 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4546, r.o. 23 (FNV/Helpling).
Hof Amsterdam 21 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2741, r.o. 3.6 (FNV/Helpling).
Hof Amsterdam 21 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2741, r.o. 3.17.2 (FNV/Helpling).
TNO Verkenning 2020, p. 32 en ‘Bepaal zelf wat je verdient!’, charlycares.com 4 april 2022.
Art. 7 lid 5 Gebruikersovereenkomst Charly Cares 29 april 2022; ‘Jouw membership bij Charly Cares’, charlycares.com.
Rb. Amsterdam 1 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4546, r.o. 23 (FNV/Helpling).
Het identificeren van arbeidsbemiddeling is vooral van belang vanwege het betaalverbod. Dit verbod is neergelegd in art. 3 Waadi en houdt in dat bij het verrichten van arbeidsbemiddeling geen tegenprestatie van de werkzoekende mag worden bedongen. In 2001 gaf de regering aan dat indien een website, afgezien van een eenmalige toegangsprijs, een prijs vraagt van een werkzoekende voor het verkrijgen van een telefoonnummer of de identiteit van een werkgever die arbeidsgelegenheid aanbiedt, sprake is van strijdigheid met het betaalverbod. Het vragen van een prijs belemmert de vrije toegang tot de arbeidsmarkt en introduceert kansongelijkheid tussen werkzoekenden die de prijs wel kunnen betalen en hen voor wie dat moeilijker is, aldus de regering. Volgens de regering verhield het slechts tegen betaling verstrekken van gegevens zich slecht met het uitgangspunt dat van groot belang is dat gegevens over werkzoekenden en vacatures zo ruim mogelijk bekend worden en gratis of tegen een zo laag mogelijke prijs (zoals de prijs voor het kopen van een vacaturekrant). De regering zag het destijds nog niet vaak voorkomen dat voor bemiddeling via internet een vergoeding werd gevraagd, maar meende wel dat het niet die kant uit moest gaan.1 Twintig jaar later bleek het die kant toch op te zijn gegaan. Online werkplatformen hielden direct of indirect inhoudingen in op het loon van arbeidskrachten die werkten via arbeidsbemiddeling door het platform.
Tot midden 2019 hield Helpling bij voortdurende opdrachten 23% en bij eenmalige opdrachten 32% in van het loon voordat het platform dit uitbetaalde aan de arbeidskracht. Voor de klant waren de diensten van het platform kosteloos. De rechtbank oordeelde in juli 2019 dat Helpling aan arbeidsbemiddeling deed en de inhouding daarom niet was toegestaan.2 Helpling is nadien per schoonmaak commissie in rekening gaan brengen bij de gebruiker, in plaats van bij de arbeidskracht.3 In 2021 oordeelde het Hof Amsterdam dat Helpling als uitzendbureau fungeerde.4
Charly Cares hield tot april 2022 een marge van 3% in op het uurtarief van de oppaskrachten.5 Sindsdien worden bij de gebruiker boekingskosten in rekening gebracht.6
Uit rechtspraak volgde dat ook online platformen die bemiddelen tussen aspirant-contractspartijen voor totstandkoming van een arbeidsovereenkomst geen directe of indirecte inhoudingen mogen doen op het loon van de arbeidskracht.7
Onduidelijk is echter of het betaalverbod ook geldt als het platform bemiddelt voor totstandkoming van een opdracht- of aanneemovereenkomst. Voordat daaraan wordt toegekomen, wordt eerst het loon besproken waar de arbeidskracht dan aanspraak op maakt.