Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/21.3:21.3 Gevaren van een volledig gesubjectiveerd godsdienstbegrip
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/21.3
21.3 Gevaren van een volledig gesubjectiveerd godsdienstbegrip
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS450452:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze gevaren heb ik reeds als gronden van kritiek op de subjectiverende uitleg van de (grond)wettelijke en in het EVRM opgenomen term godsdienst in 3.5 naar voren gebracht.
De Beer 2007; De Beer 2008; De Winter, NJB 1996, p. 1-8; Leiter 2008; Wijnberg 2010; Schutgens, TvCR 2012-1.
Groen 2012, p. 10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel een meer subjectief juridisch godsdienstbegrip vanuit bovenstaande perspectieven misschien erg aansprekend is, levert dit de nodige hoofdbrekens op. Het recht bevat naast de grondwettelijke godsdienstvrijheid tal van rechten met een religieus object, zoals de uitzonderingsbepaling die het vanwege religieuze redenen toestaat om met een bedekt hoofd afgebeeld te worden op een identiteitskaart of een rijbewijs (artikel 28 lid 3 Paspoortuitvoeringsregeling PUN), de zinsnede in artikel 1 Wet vorm van de eed die het mogelijk maakt dat men om religieuze redenen naar eigen wijze de eed kan afleggen en ten slotte de ontheffing van de leerplicht op grond van religieuze bedenkingen tegen de richting van de in de buurt gelegen scholen (artikel 5 sub b Leerplichtwet 1969). Bij al deze rechten speelt de vraag of een overtuiging of gedraging gekwalificeerd kan worden als godsdienst(ig). In tegenstelling tot artikel 9 EVRM en artikel 6 Grondwet kennen veel van deze rechten geen beperkingsclausule. Indien de rechter in het kader van deze rechten een uiting of gedraging als godsdienstig kwalificeert dan kan hij dus niet, zoals bij de grondrechten, de gevolgen van deze kwalificatie matigen via de beperkingsclausule.
Een meer subjectief godsdienstbegrip roept dan ook tenminste vier vragen op.1 Ten eerste of rechtssubjecten rechten met een religieus object niet zullen gaan misbruiken om zo voor zichzelf een vrijheidssfeer te creëren. Ten tweede of aanhangers van een godsdienst die maatschappelijk gezien ongewenst hierdoor ook een geslaagd beroep kunnen doen op rechten met een religieus object. Bijvoorbeeld godsdiensten die geweld verheerlijken (jihadisme) of anderszins een bedreiging kunnen zijn voor de maatschappij. Ten derde of de verschillende aard van de rechtsgebieden het wel toestaat dat het begrip godsdienst op eenduidige wijze subjectief wordt uitgelegd. De vrees is dan dat dit tot bizarre uitkomsten zou kunnen leiden, bijvoorbeeld nieuwe religieuze groepen die op eigen wijze ritueel willen slachten, mensen die met vreemde uitdossingen op de identiteitskaart willen worden afgebeeld, asielzoekers die een verblijfsvergunning claimen omdat het land van herkomst ze het hun niet toestaat dat ze hun singuliere geloof op geheel eigenzinnige wijze uitoefenen, etc. In aanvulling op deze vraag of een dergelijke subjectivering op het terrein van het belastingrecht en het onderwijsrecht niet leidt tot een enorme financiële druk.
Ten vierde of de subjectivering van het begrip van godsdienst niet zal leiden tot de afschaffing van de godsdienstvrijheid omdat het dan niet meer mogelijk is om een onderscheid te maken tussen enerzijds de rechtsobjecten van de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en de vrijheid van vergadering en anderzijds het rechtsobject van de godsdienstvrijheid.2 Men vreest dat afschaffing van de godsdienstvrijheid erin resulteert dat de bescherming van de godsdienstbeoefening minder wordt.3
21.3.1 Misbruik van rechten met een religieus object21.3.2 Aanhangers van maatschappelijk gezien ongewenste godsdiensten21.3.3 Toename claims met een religieus karakter21.3.4 Vrees voor minder goede bescherming van godsdienstige uitingen en gedragingen ten gevolge van een subjectief godsdienstbegrip