Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/2.4.4
2.4.4 Pignus nominis
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264404:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Kaser 1969, p. 172 e.v; Pahl 1972, p. 35-49; Verhagen 2013, p. 62; Smit 2020, p. 169-178.
Over pignus nominis, zie de volgende teksten: D. 13,7,18pr (Paulus); D. 20,1,13,2 (Marcianus); D. 20,1,20 (Ulpianus); C. 4,39,7 (Maximianus); C. 8,16(17),4 (Alexander Severus). Zie voorts uitgebreid Smit 2020, p. 181-191.
Lokin/Brandsma 2016, p. 104-105.
D. 22,1,34 (Ulpianus). Usurae vicem fructuum optinent et merito non debent a fructibus separari: et ita in legatis et fideicommissis et in tutelae actione et in ceteris iudiciis bonae fidei servatur. hoc idem igitur in ceteris obventionibus dicemus.
Zie Van der Keessel, Praelectiones, nr. 3.8.5.
Niet alleen zaken, maar ook vorderingen waren naar Romeins recht vatbaar voor verpanding.1 De pandhouder werd na mededeling van het pandrecht aan de schuldenaar van de verpande vordering bevoegd de verpande vordering te innen.2 Het innen van de verpande vordering kwalificeerde wat betreft de hoofdsom naar mijn mening niet als een bevoegdheid van de pandhouder die voortvloeide uit het recht van pandgebruik. De uitoefening van een gebruiksbevoegdheid zou immers niet moeten leiden tot het tenietgaan van het pandobject. Bovendien kwalificeerde de hoofdsom van de verpande vordering niet als een vrucht van die vordering. De geïnde opbrengst kon bovendien maar één bestemming hebben: aflossing van de gesecureerde vordering. Zoals zal blijken in §5 kon de opbrengst die de pandgebruiker genereerde één van twee mogelijke functies hebben: een aflossingsfunctie of een rentefunctie. De bevoegdheid de verpande vordering te innen hield dan ook geen verband met het recht van pandgebruik.
Rente over een vordering kwalificeerde daarentegen wel als vrucht van deze vordering:3
“Rente neemt de plaats in van vruchten, en terecht mag deze niet van vruchten onderscheiden worden. Hieraan wordt vastgehouden bij legaten, fideïcommissen, de voogdijactie en bij alle andere door de goede trouw beheerste acties. Dit stellen wij derhalve tevens aangaande alle andere inkomsten.”4
Uit het Corpus Iuris Civilis blijkt geen toepassing van het recht van pandgebruik op vorderingen. In theorie was zo’n toepassing echter wel mogelijk.5 Dit zet ik uiteen in §4.3.5.