Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/3.5.3:3.5.3 Tussenconclusie
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/3.5.3
3.5.3 Tussenconclusie
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS398526:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De overtuigende rechtvaardiging die bestaat voor het eenvoudig eigendomsvoorbehoud, geldt niet voor het verbreed eigendomsvoorbehoud. Het verbreed eigendomsvoorbehoud verschaft de verkoper een substantiële voorrangspositie, waarbij de neutraliteit van het eigendomsvoorbehoud wordt doorbroken. Ook als de koper de volledige koopprijs heeft voldaan, kunnen de overige schuldeisers zich niet verhalen op de gekochte zaak. Daarmee ondervinden de overige schuldeisers van de koper nadeel van de verbreding, terwijl zij zich bovendien niet goed verdraagt met het karakter van de koopovereenkomst.
Gebleken is dat het verbreed eigendomsvoorbehoud zich uitsluitend laat rechtvaardigen indien tussen de verkoper en de koper een rechtsverhouding bestaat, op grond waarvan de verkoper doorlopend (soortgelijke) zaken aan de koper levert. Het gaat daarbij gewoonlijk om zaken die reeds voor betaling door de koper worden verwerkt of doorverkocht. Bij gebreke van de mogelijkheid van verbreding van het eigendomsvoorbehoud zou de verkoper moeilijkheden hebben bij het aantonen van een een-op-een-relatie tussen de nog bij de koper aanwezige zaak en de nog openstaande koopprijs. Aangezien het veelal gaat om voorraden die in etappes worden geleverd en vervolgens in willekeurige volgorde worden doorverkocht en betaald, zou het eigendomsvoorbehoud van de verkoper veelal niets waard zijn. Uiteindelijk zou dat vooral de overige schuldeisers van de koper ten goede komen, waardoor de onmogelijkheid van verbreding met betrekking tot dergelijk zaken uiteindelijk de ratio van het eenvoudig eigendomsvoorbehoud zou ondergraven, die er namelijk juist in is gelegen dat het onbevredigend zou zijn dat de overige schuldeisers zouden profiteren van het door de verkoper verschafte leverancierskrediet.
Deze beperkte rechtvaardiging geldt niet voor schadevergoedingsvorderingen en vorderingen wegens werkzaamheden. Dat neemt niet weg dat de verkoper volgens het geldende recht wel de mogelijkheid heeft om het eigendomsvoorbehoud voor zodanige vorderingen te bedingen. Met name voor vorderingen wegens werkzaamheden pleit echter veel voor een restrictieve interpretatie.