Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/7.6.2
7.6.2 Loon en re-integratie in geval van ziekte volgens adviezen en plannen
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943529:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het betere werk 2020, p. 120.
Het betere werk 2020, p. 91 en 92.
Wetboek van Werk 2025, p. 33 en 34.
Wetboek van Werk 2025, p. 35.
Wetboek van Werk 2025, p. 10.
Wetboek van Werk 2025, p. 11 en 12.
Wetboek van Werk 2025, p. 12.
Rapport Commissie Regulering van Werk 2020, p. 65.
Rapport Commissie Regulering van Werk 2020, p. 80 en 81.
Rapport Commissie Regulering van Werk 2020, p. 65.
Rapport Commissie Regulering van Werk 2020, p. 81.
Rapport Commissie Regulering van Werk 2020, p. 72.
SER-advies 21/08, p. 24.
SER-advies 21/08, p. 23.
Kamerstukken II 2022/23, 29 544, nr. 1176, p. 7, 8 en 9.
Volgens de WRR heeft de flexibele arbeidsmarkt het moderniseren van de sociale zekerheid urgenter gemaakt. Ook ziet de WRR dat flexibilisering de re-integratie van arbeidskrachten bemoeilijkt, doordat de verantwoordelijkheidsrelatie tussen werkgever en werknemer losser is. Volgens de WRR moet er meer aandacht zijn voor structurele problemen in een organisatie waardoor mensen ziek worden, evenals voor persoonlijke begeleiding van arbeidskrachten bij de re-integratie.1 Concreet stelt de WRR twee opties voor een moderner stelsel van sociale zekerheid voor: repareren of herzien. Reparatie zou inhouden dat zzp’ers verplicht worden zich apart bij te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Bij herziening zou het socialezekerheidsstelsel naar een universeel contractneutraal stelsel gaan, waaraan alle werkenden of burgers, dus ook zzp’ers, meedoen. Dit stelsel biedt dan een financiële minimumbescherming tegen ziekte, arbeidsongeschiktheid, pensioen en werkloosheid. Bovenop dat minimumarrangement kunnen mensen zich bijverzekeren.2
In het WvW wordt gepleit voor een algemene volksverzekering voor het risico van inkomensverlies als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Geopperd wordt om voor deze regeling een wachttijd te hanteren van vier tot zes weken, gedurende welke de werkverschaffer het loon moet doorbetalen. De re-integratieplicht blijft doorlopen tot en met het eerste ziektejaar. In die periode dient zoveel als redelijkerwijs kan worden gevraagd re-integratie in de eigen groep of onderneming plaats te vinden. Als de werkverschaffer niet meewerkt, volgen sancties.3
Als na het eerste ziektejaar de werker niet plaatsbaar in het eigen bedrijf (MK: van de werkverschaffer) blijkt, ligt het volgens het WvW voor de hand de arbeidsrelatie te beëindigen en re-integratie aan de Werkhub toe te vertrouwen.4 De Werkhub wordt omschreven als een knooppunt in een (ster)netwerk, waar verschillende bronnen samenkomen en tevens een verdeelcentrum. In de hub werken regionale, sectorale en landelijk organisaties, van zowel private als publieke aard, samen.5 De hub heeft onder andere tot taak het waarborgen van scholing en ontwikkeling, zowel tijdens werk als in het kader van eventuele re-integratie. Werkenden zouden dan een persoonlijk ontwikkelbudget krijgen van de overheid en vanuit dat budget voorzieningen voor scholing en ontwikkeling kunnen betalen. De hub geeft ‘skillspaspoorten’ uit waarin de competenties van de betreffende persoon zijn vastgelegd.6 Permanente ontwikkeling moet volgens het WvW worden verankerd in de nieuwe arbeidsmarkt. Dat betekent scholing voor iedereen, maar ook tijd, middelen en ruimte om tot ontwikkeling te komen, onder andere in de vorm van ontwikkelverlof. De Werkhub wordt gefinancierd door werkverschaffers, waar dan ook platformbedrijven, werkers en regionale fondsen en overheden onder vallen.7
De Commissie adviseert de loondoorbetalingsverplichting en de verplichtingen rondom re-integratie te verkorten tot een jaar. Dit jaar geldt dan als wachttijd voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering die er voor alle werkenden moet komen.8Bepalend voor het recht op uitkering uit deze verzekering is dan of degene ingezetene is en in de periode voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid een bepaald inkomen heeft verdiend. De verzekering moet publiek worden uitgevoerd en aan alle werkenden basiszekerheid bieden. De uitkering ligt dan op het bestaansminimum. Iedereen betaalt ook mee aan de verzekering. De basisuitkering wordt gefinancierd uit premie die door werkenden wordt opgebracht.9 Voor werknemers zouden als aanvulling dan nog de werknemersverzekeringen gelden en voor zelfstandigen geldt vrijheid om te bepalen hoe zij aanvullende zekerheid boven het bestaansminimum willen regelen. Voor zelfstandigen geldt ook een wachttijd van een jaar. In die periode moeten zij zelf het risico van arbeidsongeschiktheid dragen.10 Overwogen kan volgens de Commissie ook worden de re-integratieverplichtingen van de werkgever minder zwaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door deze te beperken tot herplaatsing van de zieke werknemer in het eerste spoor en daarop het opzegverbod bij ziekte af te stemmen. Als er in het eerste spoor, dus binnen de onderneming van de werkgever, geen mogelijkheid tot herplaatsing is, kan dan het dienstverband worden beëindigd. Dat werkgevers in het tweede spoor moeten zoeken naar herplaatsingsmogelijkheden bij andere werkgevers en zo in feite een arbeidsbemiddelende taak erbij krijgen, vindt de Commissie vooral voor kleine werkgevers te belastend. In plaats van het tweede spoor zouden dan publiek-private samenwerkingsverbanden, zoals de in het WvW voorgestelde Werkhub, een rol kunnen spelen om te komen tot effectieve arbeidsbemiddeling, aldus de Commissie.11
De Commissie adviseert het inroepen van het uitzendbeding bij ziekte expliciet te verbieden.12
De SER pleit voor behoud van de twee jaar durende verplichting van werkgevers tot doorbetaling van het loon tijdens ziekte. Ook blijven werkgevers verantwoordelijk voor het verloop van het re-integratieproces. Werkgevers zouden, in de visie van de SER, een verzekering kunnen afsluiten via welke zij de verantwoordelijkheden tijdens ziekte van werknemers kunnen overdragen. De verzekeraar zou dan de verantwoordelijkheid voor loondoorbetaling en re-integratie overnemen. In het eerste ziektejaar is de re-integratie gericht op terugkeer van de werknemer binnen de onderneming van de werkgever. In het tweede jaar is re-integratie in principe gericht op het tweede spoor. Eventueel kunnen de sporen eerder of juist later aanvangen, indien na overleg met de bedrijfsarts en werknemer daartoe wordt besloten. De arbeidsovereenkomst eindigt na twee jaar. Zelfstandigen moeten worden verplicht zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid om zo oneerlijke concurrentie en te grote inkomensrisico’s voor individuen te voorkomen.13
De SER doet ook enige aanbevelingen ten aanzien van de WIA. De ondergrens van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35% voor het recht op een WIA-uitkering moet worden verlaagd naar 15%, aldus de SER. Ook moet het arbeidsongeschiktheidspercentage worden vastgesteld op basis van een realistische toets. Er moet reëel gekeken worden naar functies die voor de werkende uitvoerbaar zijn in plaats van theoretische mogelijkheden die in de praktijk niet bestaan, aldus de SER.14
De regering heeft aangekondigd dat er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen wordt ingevoerd.15
7.6.2.1 Reflectie ten aanzien van loon en re-integratie tijdens ziekte