Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/5.3.1:5.3.1 Inleiding
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/5.3.1
5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233582:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eén zaak verdient op deze plaats nog bijzondere aandacht: Bush v. Gore.1 Daarin stonden de presidentsverkiezingen in 2000 tussen Al Gore, toenmalig Vice-President, en George W. Bush, toenmalig gouverneur van Texas, centraal. Deze verkiezingen waren ongekend spannend. De uitslag in de staat Florida bleek bepalend voor de uitkomst van de verkiezingen. Volgens de aanvankelijke telling had Bush deze staat gewonnen. De marge bedroeg echter minder dan tweeduizend stemmen.
Na een verplichte elektronische hertelling bleek de marge nog kleiner te zijn. Daarop probeerde Gore via de rechter hertellingen gedaan te krijgen. De hoogste rechter van de staat Florida ging daarin mee en gelastte handmatige hertellingen. Deze hertellingen hadden in het bijzonder betrekking op de zogenoemde undervotes, dat wil zeggen stembiljetten waarbij het vakje achter de naam van een kandidaat niet volledig was doorgeprikt. Voor de computer was een dergelijk stembiljet niet te herkennen. De hertellingen strekten er vooral toe om voor deze undervotes alsnog vast te stellen op welke kandidaat was bedoeld een stem uit te brengen.2
Vervolgens werd ook het Hooggerechtshof gevraagd zich over deze hertellingen te buigen. Zoals hierna zal blijken, zou het Hof met zijn oordeel de presidentsverkiezingen per saldo beslechten in het voordeel van Bush.