Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/5.3.2:5.3.2 Oordeel van het Hof
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/5.3.2
5.3.2 Oordeel van het Hof
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233660:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zonder te verwijzen naar de political question-doctrine overwoog het Hof dat de hertellingen ongrondwettig waren. Volgens het Hof was voor de undervotes niet gewaarborgd dat daarbij op eenzelfde, uniforme, wijze zou worden vastgesteld op welke kandidaat was bedoeld een stem uit te brengen. Daar kwam bij dat de hertellingen niet tot de undervotes waren beperkt, maar op alle stemmen betrekking hadden, en daarmee ook op de zogenoemde overvotes: stembiljetten waarop meer dan één kandidaat was aangegeven. Deze stembiljetten waren door stemcomputers evenmin meegeteld. Ook voor die stemmen was volgens het Hof niet verzekerd dat daarmee op een eenzelfde, uniforme, wijze zou worden omgegaan. Bij het ontbreken van een uniforme standaard voor het hertellen van de uitgebrachte stemmen, concludeerde het Hof dat de bevolen hertellingen in strijd waren met de Equal Protection Clause en het eerder in dit onderzoek besproken ‘one person, one vote’-beginsel.1
De vraag was vervolgens welke rechtsgevolgen hieraan moesten worden verbonden. Het Hof bepaalde uiteindelijk dat de hertellingen volledig moesten worden gestaakt. Daartoe achtte het van belang dat veel tijd zou zijn gemoeid met het vaststellen van een uniforme standaard en het op basis daarvan verrichten van nieuwe hertellingen. Volgens het Hof was het onwaarschijnlijk dat dit proces kon worden afgerond voor de laatste dag waarop de verkiezingsuitslag in Florida bekend moest zijn.2