Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.7.5.8
5.7.5.8 Een afzonderlijke rechtsgrondslag voor het opleggen van administratieve maatregelen en sancties?
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS398490:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 27 oktober 1992, C-240/90 (Duitsland/Commissie), Jur. 1992, p. 1-5383, AB 1992, 316, m.nt. B.P. Vermeulen. Zie hieromtrent ook Vervaele 1999, p. 89-90.
Zie Vervaele 1999, p. 100 e.v. Zie voorts punt 5 van de noot van Vermeulen bij HvJEG 27 oktober 1992, C-240/90 (Duitsland/Commissie), Jur. 1992, p. 1-5383, AB 1992, 316, m.nt. B.P. Vermeulen. Hij verwijst in dat kader naar HvJEG 17 december 1970, 25/70 (Koster), Jur. 1970, p. 1172.
HvJEG 27 oktober 1992, C-240/90 (Duitsland/Commissie), Jur. 1992, p. 1-5383, AB 1992, 316, m.nt. B.P. Vermeulen.
Zie artikel 51, vierde lid, van de Verordening nr. 1698/2005 (ELFPO) en artikel 142, onder o, van de Verordening nr. 73/2009.
Dit volgt a contrario uit artikel 2, tweede lid, van de Verordening nr. 2988/95. Zie ook GEU 15 april 2011, T-297/05 (IPK International/Commissie), n.n.g., AB 2011, 285, m.nt. A. Drahmann, SEW 2012, p. 121-125, m.nt. J.C.A. van Dam en J.E. van den Brink r.o. 117 en 118.
GEU 15 april 2011, T-297/05 (IPK International/Commissie), n.n.g., AB 2011, 285, m.nt. A. Drabmann, SEW 2012, p. 121-125, m.nt. J.C.A. van Dam en J.E. van den Brink, r.o. 117 en 118.
In hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.10.2 is besproken dat artikel 5 van de Verordening nr. 2988/95, waarin voorbeelden worden genoemd van administratieve sancties, niet kan dienen als zelfstandige rechtsgrondslag. Een grondslag in een sectorale Europese subsidieverordening of het nationale recht waaruit blijkt aan wie en welke sancties bij welke onregelmatigheid moet worden opgelegd, is derhalve noodzakelijk.
Volgens het Hof van Justitie is het niet problematisch indien de rechtsgrondslag voor het opleggen van administratieve sancties in Commissieverordeningen is neergelegd.1 Vermeulen en Vervaele hebben hierop terecht kritiek uitgeoefend, nu het bij (punitieve) sancties toch niet gaat om louter uitvoeringsvoorschriften, maar om hoofdelementen, zodat de vaststelling ervan ingevolge vaste jurisprudentie niet gedelegeerd mag worden.2 Het Hof van Justitie acht dit echter niet problematisch en oordeelt zelfs dat delegatie van de Raad door middel van een algemene opdracht tot het stellen van uitvoeringsregels een toereikende bevoegdheidsgrondslag is voor de Europese Commissie om administratieve sancties vast te stellen.3 In de huidige programmaperiode 2007-2013 geldt voor de meeste Europese landbouwsubsidies dat de administratieve sancties die in Commissieverordeningen zijn neergelegd, zijn gebaseerd op een verordening van de Raad en het Europees Parlement waarin expliciet is bepaald dat de Europese Commissie bevoegd is administratieve sancties vast te stellen.4Van belang is wel dat de Europese Commissie daarbij niet is gebonden aan de administratieve sancties die zijn neergelegd in artikel 5, eerste lid, van de Verordening nr. 2988/95. Blijkens sub g gaat het immers niet om een limitatieve opsomming zodat de Europese Commissie in Commissieverordeningen ook andere sancties kan voorstellen, voor zover zij dat noodzakelijk acht.
In paragraaf 4.2.10.2 is verder aan de orde geweest dat de eis van een duidelijke en eenduidige rechtsgrondslag niet geldt voor het opleggen van administratieve maatregelen.5 Uit het arrest IPK International volgt dat de terugvordering van wederrechtelijk verstrekte subsidies door de Europese Commissie direct kan worden gebaseerd op artikel 4 van de Verordening nr. 2988/95. De overwegingen van het Gerecht zijn zo algemeen geformuleerd dat daaruit kan worden afgeleid dat met de aanwijzing van het nationaal uitvoeringsorgaan dat bevoegd is de Europese subsidie te verstrekken, de bevoegdheid om een Europese subsidie terug te vorderen is gegeven.6 Dit zou kunnen betekenen dat nationale uitvoeringsorganen die de Europese subsidies hebben verstrekt zich bij een eventuele intrekking en terugvordering direct kunnen baseren op artikel 4 van de Verordening nr. 2988/95 en geen afzonderlijke bevoegdheidsgrondslag in het nationale recht noodzakelijk is.