Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.4.2.1:5.4.2.1 Inleiding
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.4.2.1
5.4.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186487:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Pabbruwe 1985, Pabbruwe 1990, Pabbruwe 1991, Pabbruwe 1992, Pabbruwe 1997, Pabbruwe 1998 en Pabbruwe 2001.
Zie Van Grevenstein 1984, Van Grevenstein 1992 en Zwitser 1995.
Zie over Belgisch en Frans recht Fransis 2017, nr. 201 e.v., over Engels recht Beale e.a. 2012, par. 6.114 e.v., Pennington 2001, p. 575 en over Duits recht par. 5.4.2.7 hierna.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
196. Pabbruwe heeft voorgesteld een achterstelling overeengekomen tussen de junior en de schuldenaar te kwalificeren als een derdenbeding.1 Hij is daarin gesteund door Van Grevenstein en Zwitser.2 Ook in België, Frankrijk, Engeland en Duitsland is gepleit voor deze kwalificatie.3
Bij de kwalificatie van een eigenlijke achterstelling als een derdenbeding moeten twee vragen worden onderscheiden. Ten eerste speelt de vraag of een eigenlijke achterstelling een derdenbeding is. Voor een positief antwoord op die vraag is voldoende dat een eigenlijke achterstelling voldoet aan de definitie van een derdenbeding die besloten ligt in artikel 6:253 BW.
Als de achterstelling inderdaad een derdenbeding inhoudt rijst de tweede vraag: welke gevolgen moeten aan de kwalificatie van de achterstelling als derdenbeding worden verbonden? Het voorstel om de achterstelling als een derdenbeding te zien werd gedaan om de werking jegens de senior te verklaren. Maar zelfs als een eigenlijke achterstelling voldoet aan de definitie van een derdenbeding betekent dat niet dat alle eigenschappen van eigenlijke achterstellingen of de derdenwerking daarvan moeten worden afgeleid uit de kwalificatie als derdenbeding. Misschien wordt de derdenwerking wel door een ander mechanisme beheerst, ook als de achterstelling wel voldoet aan de definitie van een derdenbeding. Bovendien hangen de gevolgen van een eventuele kwalificatie als derdenbeding sterk af van de inhoud die aan het derdenbeding gegeven wordt. Daarin verschillen de voorstellen van de verschillende auteurs aanzienlijk. De vraag of de achterstelling een derdenbeding is kan dus worden onderscheiden van de vraag om wat voor derdenbeding dat gaat en welke effecten dat heeft. Deze twee vragen worden hierna afzonderlijk behandeld.