Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.2.2.1
3.2.2.1 Bij welke notariële akte kan een stichting worden opgericht?
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232468:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het is van belang zich te beseffen dat strijd met het voorschrift van statuten in de Nederlandse taal (artikel 2:286 lid 2 BW) niet leidt tot nietigheid van de stichting, maar kan leiden tot haar ontbinding door de rechter op verzoek van het openbaar ministerie of een belanghebbende (artikel 2:21 lid 1 letter b in verbinding met lid 4 BW). Ditzelfde geldt voor het niet of niet helemaal voldoen aan de minimale voorschriften waaraan de statuten moeten voldoen op grond van artikel 2:286 lid 4 BW. Ook bij het geheel of gedeeltelijk ontbreken van de minimuminhoud van de statuten kan een – weliswaar ontbindbare – stichting worden opgericht. Zo moet zelfs de volgende uiterste wilsbeschikking geldig worden geacht: ‘Ik richt bij deze op de Stichting tot behoud van de Oude Molen. Deze stichting heeft tot doel de oude molen te X in stand te houden.’ Vgl. Dijk/Van der Ploeg 2019/3.6.3; Asser/Rensen 2-III 2017/321.
Op grond van het erfrecht kan een stichting worden opgericht bij notariële uiterste wilsbeschikking, zo bleek hiervoor. Dit wil nog niet zeggen dat die notariële uiterste wilsbeschikking op grond van het rechtspersonenrecht naar de vorm geschikt is voor de oprichting van een stichting. Pas als naast de eisen uit het erfrecht ook wordt voldaan aan de eisen uit het rechtspersonenrecht, kan daadwerkelijk sprake zijn van een bij uiterste wilsbeschikking opgerichte stichting.
Wat zijn dan die eisen uit het rechtspersonenrecht? Artikel 2:286 lid 1 BW vereist een notariële akte die voldoet aan de authenticiteitseisen van artikel 2:4 lid 1 BW.1 Artikel 2:4 lid 1 BW luidt:
‘Een rechtspersoon ontstaat niet bij het ontbreken van een door een notaris ondertekende akte voor zover door de wet voor de totstandkoming vereist. Het ontbreken van kracht van authenticiteit aan een door een notaris ondertekende akte verhindert het ontstaan van de rechtspersoon slechts, indien die rechtspersoon in een bij die akte gemaakte uiterste wilsbeschikking in het leven zou zijn geroepen.’
Voor de bij uiterste wilsbeschikking opgerichte stichting stelt artikel 2:4 lid 1 BW strengere authenticiteitseisen dan artikel 4:109 BW aan de uiterste wil in het algemeen, zodat de verhouding tussen beide bepalingen van belang is.
Nader onderzoek leert dat de vraag welke notariële akte, bezien vanuit het rechtspersonenrecht, geschikt is als oprichtingsakte voor een stichting, uiteenvalt in twee delen:
Kan een Nederlandse stichting bij een buitenlandse notariële akte worden opgericht?
Waarom verschillen de vormvoorschriften van artikel 2:4 lid 1 BW en artikel 4:109 BW?
Hierna bespreek ik beide deelvragen. Ik sluit ik af met een conclusie ten aanzien van dit onderdeel.