Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.3.5
10.3.5 Loyaliteitsaandelen
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS301418:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over loyaliteitsaandelen onder meer: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2013, nr. 315; De Beurs 2011; Koelemeijer & Hendriks 2012; Van Olffen 2013.
Zie in dit verband: HR 14 december 2007, NJ 2008, 105 m.nt. Maeijer, JOR 2008, 11 m.nt. Doorman (DSM).
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2013, nr. 315
Artikel 228 lid 4 BW.
Denk in dit verband aan het navolgende voorbeeld: Een naamloze vennootschap heeft 1000 ‘gewone’ aandelen. Een aandeelhouder heeft één aandeel en houdt deze een bepaalde termijn (of schrijft zich in een bepaald register in) waardoor hij een loyaliteitsaandeel krijgt. Als gevolg hiervan heeft hij twee aandelen. Van deze aandeelhouder kan niet worden verwacht dat hij opeens in verdergaande mate rekening houdt met het vennootschappelijk belang, ten opzichte van zijn eigen belang. Hij heeft immers nog steeds maar 2 van de 1001 aandelen en dus stemmen. Veronderstel vervolgens dat ieder loyaliteitsaandeel twee stemmen oplevert en het gewone aandeel wordt omgezet in een loyaliteitsaandeel. Aandeelhouder X is de enige aandeelhouder die loyaalwil zijn en bepaalt de aandelen voor een bepaalde termijn te houden. X houdt 400 gewone aandelen. De aandelen worden, omdat hij loyaal is, omgezet in loyaliteitsaandelen, waaraan twee stemmen per aandeel zijn verbonden. Wanneer het gehele kapitaal bij de algemene vergadering van aandeelhouders is vertegenwoordigd, zijn er 1400 stemmen (600 van de gewone aandelen en 800 van de 400 loyaliteitsaandelen). Van deze 1400 stemmen houdt X er 800, namelijk alle stemmen die voortvloeien uit de loyaliteitsaandelen. Als gevolg van het houden van de loyaliteitsaandelen domineert aandeelhouder X de algemene vergadering van aandeelhouders en kan hij alle stemuitslagen bepalen, terwijl hij in aandelenbelang maar 40% van de aandelen houdt.
Koelemeijer & Hendriks 2012, p. 144.
Loyaliteitsaandelen geven recht op extra stemrechten en/of winstrechten ten opzichte van ‘gewone aandelen’.1 Deze aandelen worden gebruikt om aandeelhouders voor een langere termijn aan de vennootschap te binden. Het toekennen van loyaliteitsdividend vereist wel een statutaire basis.2 Het toekennen van extra stemrecht is thans bij de naamloze vennootschap nog niet mogelijk, omdat een wettelijke basis ontbreekt. 3 Bij de besloten vennootschap bestaat de mogelijkheid daartoe sinds 1 oktober 2012 wel.4
Voor zover deze loyaliteitsaandelen extra stemrecht tot gevolg hebben, lijkt de conclusie, mede gezien hetgeen hierboven werd overwogen met betrekking tot prioriteits-, preferente- en gouden aandelen, relatief eenvoudig. Het hebben van extra stemrechten heeft meer macht binnen de algemene vergadering van aandeelhouders, en dus de vennootschap, tot gevolg, hetgeen weer tot gevolg heeft dat een aandeelhouder in verdergaande mate rekening dient te houden met het belang van de vennootschap. Daarbij dient echter wel te worden opgemerkt dat extra stemrechten, in tegenstelling tot de bijzondere zeggenschapsrechten die verbonden kunnen zijn aan prioriteits- en gouden aandelen, geen aanvullende verplichting geven bij een specifiek zeggenschapsrecht, maar gewoon tot een relatief hoger aantal stemrechten voor de aandeelhouder leiden. Dit betekent dat het bij het aandelenbelang overwogene toepasbaar is, omdat moet worden bezien in hoeverre de aandeelhouder de algemene vergadering kan beïnvloeden of zelfs kan domineren.5
Een tweede vraag is of een aandeelhouder die loyaliteitsaandelen houdt, ook wanneer dit hem geen extra stemrecht oplevert, maar extra winstrechten, eveneens in verdergaande mate rekening dient te houden met het belang van de vennootschap. In beginsel trachten loyaliteitsaandelen ook juist dit effect te bereiken, namelijk dat de aandeelhouder zich meer op zijn eigen lange termijn belang gaat richten, welke (doorgaans) overeen, althans meer overeen, komt met het belang van de vennootschap.6 Desalniettemin zijn er situaties denkbaar waarin de belangen van de ‘loyale aandeelhouder’ en de vennootschap niet overeenkomen. Dit kan onder meer het geval zijn bij een vijandige overname. Kan onder die omstandigheid nog van de aandeelhouder worden gevergd dat hij loyaal is? Dit zal afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval, maar mij zou dunken dat van de aandeelhouder die loyaliteitsaandelen houdt, eerder wordt verwacht dat hij zich tegen een vijandige overname verzet (wanneer die in strijd zou zijn met het vennootschappelijk belang), dan een ‘gewone aandeelhouder’.