Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.7.1:4.7.1 Liquidatie
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.7.1
4.7.1 Liquidatie
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193632:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 62 COM (76) 152 def.
IOSCO Report on Good Practices for the Termination of Investment Funds, FR23/2017, november 2017.
Good practice 1, FR23/2017.
Good practice 4, FR23/2017.
Good practice 5, FR23/2017.
Good practice 6, FR23/2017.
Art. 22 en 143-146 OPC-Law 2010.
Art. 22 lid 2 OPC-Law 2010.
Art. 145 lid 1 OPC-Law 2010.
Art. 22 OPC-Law 2010.
Art. 146 OPC-Law 2010.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regels in de Richtlijn over de liquidatie van een icbe zijn summier. Voor master- en feeder- icbe’s is de liquidatie aan diverse regels gebonden.1 Op de vereffening en liquidatie van andere icbe’s is het recht van de lidstaat van herkomst van de icbe van toepassing.2 Eveneens is opgenomen dat in het prospectus bepalingen opgenomen moeten zijn over de voorwaarden ‘waaronder tot vereffening van de icbe kan worden besloten en de wijze waarop zulks moet geschieden, in het bijzonder ten aanzien van de rechten van de deelnemers’.3
In het eerste voorstel voor de icbe-regelgeving uit 1976 was expliciet bepaald dat liquidatie moest plaatsvinden onder toezicht van de bevoegde instanties om de belangen van de deelnemers te waarborgen.4 Deze bepaling heeft de definitieve Richtlijn echter niet gehaald en ook bij latere wijzigingen is er niets van die strekking toegevoegd.
Het is opmerkelijk dat er nagenoeg geen bepalingen in de communautaire icbe-regelgeving zijn opgenomen over liquidatie. Een uitgebreid paper van IOSCO over liquidaties geeft diverse good practices voor regelgeving ten aanzien van liquidaties.5 Het paper van IOSCO is van recente datum, dus mogelijk worden deze bepalingen bij een volgende wijziging in de Richtlijn opgenomen. Er staan in het rapport 14 good practices. De eerste bepaling houdt in dat in de fondsdocumentatie is opgenomen onder welke omstandigheden een beleggingsinstelling beëindigd kan worden en welk proces in dat geval gevolgd wordt.6 Een bepaling van deze strekking is opgenomen in de Richtlijn. Volgens IOSCO dient uitgebreide communicatie plaats te vinden met de deelnemers over het voornemen tot liquidatie en de voortgang van de liquidatie. Daarnaast dient een beëindigingsplan opgesteld te worden als het besluit is genomen om een beleggingsinstelling te beëindigen.7 In dat plan dient onder andere de rationale voor de liquidatie te staan, de geschatte periode van liquidatie, de geschatte kosten en voor wiens rekening de kosten komen, hoe wordt omgegaan met illiquide activa en hoe wordt omgegaan met windfall payments die binnenkomen nadat de deelnemers hun beleggingen hebben onttrokken. De beheerder zou bovendien moeten overwegen om het fonds te sluiten voor stortingen en onttrekkingen tijdens het liquidatieproces.8 Tot slot zou de beheerder het beëindigingsplan moeten goedkeuren en zou de entiteit die verantwoordelijk is voor het onafhankelijke toezicht op de beleggingsinstelling, zoals het bestuur, het plan eveneens moeten goedkeuren.9 Volgens de IOSCO-principes zouden institutionele beleggers de kans moeten krijgen om in kind uit te stappen, dient waardering tegen fair value plaats te vinden en moeten belangenconflicten zoveel mogelijk worden geadresseerd.
Het is begrijpelijk dat liquidatievereisten per lidstaat en rechtsvorm verschillen omdat deze doorgaans onderdeel zijn van het ondernemingsrecht. Toch hadden aanvullende regels in de icbe-regelgeving niet misstaan. Door de vereisten te laten afhangen van de rechtsvorm zijn deelnemers in beleggingsmaatschappijen doorgaans beter beschermd dan deelnemers in beleggingsfondsen. Voor deze laatste deelnemers hangen de vereisten volledig af van wat er in het fondsreglement is opgenomen. Van de drie onderzochte lidstaten kent alleen Luxemburg hiervoor bepalingen. In Luxemburg is voorgeschreven wanneer een icbe mag worden geliquideerd en wat er vervolgens moet gebeuren.10 De liquidatie moet in het handelsregister worden opgenomen en moet in ten minste twee kranten worden gepubliceerd waarvan er ten minste één uit Luxemburg komt.11
Als dat niet gebeurt, regelt de CSSF de publicatie en komen de kosten daarvan ten laste van het icbe-beleggingsfonds. Het was logischer geweest de kosten in dat geval ten laste van de beheerder te laten komen aangezien de beheerder ook zorg moet dragen voor de publicatie. Er dient ook een liquidator aangesteld te worden door de CSSF in het geval van een buitengerechtelijke liquidatie.12 Zodra bekendgemaakt is dat een icbe geliquideerd gaat worden, mogen er geen deelnemingsrechten meer worden uitgegeven. Ze mogen nog wel worden ingekocht zolang gelijke behandeling van de deelnemers verzekerd kan worden.13 Als een deelnemer niet kan worden geïdentificeerd en de opbrengsten van de liquidatie niet aan de deelnemer kunnen worden betaald, dient het bedrag betaald te worden aan een publieke trust, de Caisse de Consignation. Daar worden de opbrengsten gedurende enige periode bewaard totdat de gerechtigde zich meldt.14
In Nederland en Ierland zijn geen toezichtrechtelijke bepalingen opgenomen ten aanzien van de liquidatie van een icbe.
4.7.1.1 Liquidatie master- en feeder-icbe4.7.1.2 Omzetting naar feeder-icbe