Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/9.5.2.4
9.5.2.4 Motiveringsplicht
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS416290:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Waaldijk 1994, p. 296 waar hij het motiveringsbeginsel als beginsel van behoorlijke wetgeving introduceert. Deze verplichting is evenwel niet juridisch afdwingbaar.
Waaldijk 1994, par. 9.1.1.
Waaldijk 1994, p. 211.
Vgl. Groussot 2006, p. 198 die uit jurisprudentie van het HvJ EG afleidt dat terugwerkende kracht gemotiveerd moet worden. Zo ook Waaldijk 1994, p. 51 alwaar hij spreekt over een verbod op ongemotiveerde terugwerkende kracht.
Waaldijk 1994, p. 341.
Waaldijk 1994, p. 382.
Waaldijk 1994, p. 383.
Op verschillende plaatsen in dit onderzoek kwam aan de orde dat het wenselijk is dat de wetgever bepaalde keuzen motiveert. Genoemd zijn:
het verbinden van gevolgen aan misbruik, oneigenlijk gebruik of onbedoeld gebruik, zonder dat de inhoud van deze begrippen duidelijk is (par. 5.7.1);
het achterwege laten van compensatie bij een inbreuk op art. 1 EP EVRM (par. 6.2.4.4);
ongelijke behandeling (par. 6.3.4.1);
de keuze van een bepaald overgangsregime (par. 8.2.1.3);
de geschiktheid en noodzakelijkheid van een overgangsregime (par. 8.4); en
het niet-nakomen van toezeggingen (par. 9.5.2.1).
In navolging van Waaldijk kan zelfs worden geconcludeerd dat onder bepaalde omstandigheden een motiveringsplicht geldt.1 Zo geldt volgens hem onder andere een motiveringsplicht indien aan de rechtmatigheid van een wet wordt getwijfeld, er sprake is van ongelijke behandeling of op hoofdpunten wordt afgeweken van een advies van de Raad van State.2 Onder rechtmatigheid verstaat Waaldijk overeenstemming met hogere rechtsregels en rechtsbeginselen.3 Binnen de context van dit onderzoek betekent dit dat de wetgever een motiveringsplicht heeft indien wordt getwijfeld of een overgangsregime voldoet aan de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid.4 Deze twijfel kan blijken uit een advies van de Raad van State of uitlatingen van kamerleden tijdens de behandeling van een wetsvoorstel.5 Door zijn keuzen te motiveren vergroot de wetgever naar verwachting het draagvlak van een wetswijziging. Bovendien is een toelichting van de zijde van de wetgever onmisbaar in het kader van rechtsvinding.
Ter voldoening aan de motiveringsplicht heeft Waaldijk voorgesteld in de memorie van toelichting bij elk wetsvoorstel een aparte rechtmatigheidsparagraaf op te nemen.6 In deze paragraaf moet volgens hem ook worden stilgestaan bij de vraag of de voorgestelde wet inbreuk maakt op bestaande rechten of gewekte verwachtingen, en zo ja waarom die inbreuk gerechtvaardigd is.7 Gelet op de afzonderlijke plaats die het overgangsrecht binnen een wetsvoorstel inneemt, zou ik ervoor willen pleiten dat in de door Waaldijk bepleite rechtmatigheidsparagraaf onderscheid wordt gemaakt tussen de aanpassingen die in de eigenlijke regels worden aangebracht en in het overgangsrecht. In het onderdeel dat betrekking heeft op het overgangsrecht kan zo worden aangegeven waarom het voorgestelde overgangsregime in overeenstemming wordt geacht met de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid.