Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/2.5.2.2
2.5.2.2 Moderne contracting: geen terbeschikkingstelling
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943515:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit blijkt o.a. uit Hof ’s-Hertogenbosch 20 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3098, r.o. 3.8-3.10 en 3.40 (Pluimvee). Daarin oordeelde het hof dat geen sprake was van een schijnconstructie bij de uitbeding van pluimveeverwerking door een pluimveeverwerker aan een onderneming die zich voornamelijk bezighield met (onder)aanneming van arbeidsintensief productiewerk.
Rb. Overijssel 7 mei 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:1538, r.o. 5.17 (PostNL) en Hof Arnhem-Leeuwarden 23 april 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3554, r.o. 5.6 en 5.7 (Stuwadoorsbedrijf); Hoogeveeen, JAR 2019/136, p. 1506.
Als bij moderne contracting geen sprake is van terbeschikkingstelling, bestaat het risico dat de contractor een aan de onderneming gelieerde onderneming is of anderszins afhankelijk is van de uitbestedende onderneming. De uitbesteding vindt dan mogelijk alleen plaats om bijvoorbeeld de toepasselijkheid van een cao te vermijden. De uitbesteding van kernactiviteiten kan echter wel degelijk ook uit efficiëntieoverwegingen plaatsvinden.1 Uit de rechtspraak kan worden opgemaakt dat voor het herkennen van efficiënte uitbesteding van kernactiviteiten van belang is in hoeverre voorafgaand aan de uitbesteding al expertise aanwezig is bij de contractor op het gebied van het uitbestede werk.2 Wat betreft moderne contracting die geen terbeschikkingstelling is, wordt in dit onderzoek daarom onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin het soort werk als het uitbestede werk, of daaraan gelieerd werk, voorafgaand aan de uitbesteding al onderdeel was van de activiteiten van de contractor en de situatie waarin het soort werk nieuw is binnen de onderneming van de contractor.