Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/2.3
2.3 Werk uitbesteden via payrolling
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943447:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aanhangsel Handelingen II 2009/10, nr. 2006, p. 1; Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 30.
Tanja & Den Hoed, TRA 2017/15, p. 14; Zwemmer, ArbeidsRecht 2018/2, p. 10; Kamerstukken II 2017/18, 34 837, nr. 3, p. 3 (MvT); Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 30 (MvT).
Van Houte, ArbeidsRecht 2011/36; Visie SvdA Ontwikkeling Payrolling 2012, p. 11.
Van Houte, ArbeidsRecht 2011/36.
Zwemmer, in: Flexibele Arbeidsrelaties: praktijkboek (bijgewerkt t/m 1 februari 2017).
Payrolling in Nederland 2015, p. 21; Vraag naar Arbeid 2015, p. 8; Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 94 (MvT).
Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 5 (MvT).
Zwemmer, TAP 2018/149.
Art. 7:692 BW; Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 39 (MvT).
Sinds 2020 is payrolling in de wet erkend als een van uitzenden te onderscheiden vorm van terbeschikkingstelling. Tot dan toe werd de term ‘payrolling’ gebruikt voor verschillende verschijningsvormen van uitbesteding van werk. Niet alleen terbeschikkingstelling door een onderneming die geen allocatiefunctie had verricht, maar ook het louter uitbesteden van de salarisadministratie werd onder de noemer payrolling geschaard.1 Ook werd vaak gewezen op backoffice payrolling, waarbij de arbeidskracht werd geworven en geselecteerd door een uitzendbureau, maar in dienst treedt bij een payrollonderneming die de arbeidskracht vervolgens uitleent aan het uitzendbureau. Het uitzendbureau leent de arbeidskracht dan door aan de onderneming waar de arbeidskracht daadwerkelijk gaat werken.2Van Houte en de Stichting van de Arbeid wezen op een vorm van payrolling waarbij (toekomstige) freelancers zelf voor opdrachten zorgden en hun tarief bepaalden, maar wel in dienst traden bij een payrollonderneming die de arbeidskracht dan ter beschikking stelde aan opdrachtgevers en de facturatie verzorgde.3
Voor het gebruikmaken van payrolling werden verschillende motieven geconstateerd. Deze kwamen grotendeels overeen met de motieven voor het inlenen vanuitzendkrachten.4 Opdrachtgevers van payrollondernemingen hadden veelal een flexibiliteitsbehoefte. Ook het vermijden van administratieve rompslomp was een duidelijk motief. Zwemmer wees er voorts op dat payrolling ook wel als proefperiode werd gebruikt, waarna inleners de payrollwerknemers bij goed functioneren alsnog in dienst nemen.5
De regering onderscheidde in de toelichting op de WAB twee soorten motieven. Ondernemingen gebruiken payrolling om ontzorgd te worden van salarisadministratie en re-integratieverplichtingen, maar ook om concurrentievoordeel op arbeidsvoorwaarden te behalen vanwege toepasselijkheid van de uitzendbepalingen.6De regering vond dat de ontzorgingsfunctie van payrolling in stand moest blijven, maar dat maatregelen genomen moesten worden om de concurrentie op arbeidsvoorwaarden via payrolling te voorkomen.7Aannemelijk is dat bij het uitbesteden van taken als de salarisadministratie, zonder terbeschikkingstelling, de inlener een ontzorgingsmotief had en dat bij terbeschikkingstelling zonder allocatiefunctie het concurrentievoordeel een voornamere rol speelde.
De VAAN/VvA pleitte ervoor de wettelijke definitie van de uitzendovereenkomst aan te scherpen door toe te voegen dat sprake moest zijn van een allocatiefunctie.8Zo zou zonder de aanwezigheid van een allocatiefunctie geen gebruik meer van de uitzendbepalingen kunnen worden gemaakt. De regering meende echter dat de ontzorgingsfunctie van payrolling dan niet langer kon worden vervuld.9 Daarom zag de regering af van het aanscherpen van de definitie van de uitzendovereenkomst en besloot dat in het BW aparte payrollbepalingen moesten worden geïntroduceerd.
Sinds de invoering van de WAB wordt onder payrolling, juridisch gezien, uitsluitend verstaan het op basis van een overeenkomst van opdracht tussen een werkgever en een derde, die niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, ter beschikking stellen van een arbeidskracht, om onder toezicht en leiding van de derde arbeid te verrichten waarbij degene die de arbeidskracht ter beschikking stelt alleen met toestemming van de opdrachtgever bevoegd is de arbeidskracht aan een ander ter beschikking te stellen.10In dit onderzoek wordt onder payrolling dan ook uitsluitend deze vorm van uitbesteding van werk verstaan.
2.3.1 Kenmerken payrolling