Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/17.1.2
17.1.2 De doelstelling in Europese regelgeving
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS579042:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ook in de recente Europese regelgeving. Op basis van de publicatieverplichtingen die voortvloeien uit het FSAP en op basis van de IAS-verordening is immers de ontwikkeling zichtbaar dat de doelstelling van de publicatieverplichtingen vooral het verbeteren van 'de adequate werking van de effectenmarkt' is. In deze zin: Ferran (2004), p. 130.
Vgl. de door de Europese Commissie gedane Aanbeveling passende regeling voor de bestuurdersbeloning bij beursvennootschappen. Daarin wordt, in onderdeel 3, lidstaten onder meer aanbevolen om beursvennootschappen het bezoldigingsbeleid ten aanzien van bestuurders te publiceren.
Zie hierover Schouten (2009a). Hij ziet (eveneens) als een belangrijke doelstelling van de Transparantierichtlijn het terugdringen van 'agency-problemen' binnen beursvennootschappen.
Het standpunt dat de thans geldende publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen op geen enkele wijze als doel zouden hebben 'agency-problemen' binnen beursvennootschappen tegen te gaan, naar mijn mening niet houdbaar. Ferran (2004a), op p. 130, spreekt om deze reden ten onrechte over 'improving accuracy of securities prices' als 'the international norm' voor (de doelstellingen van) het opleggen van publicatieverplichtingen. Zij gaat daarmee er aan voorbij dat op grond van de thans geldende publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (ook) nog steeds informatie verstrekt dient te worden die met het oog op 'improving accuracy of securities prices' niet relevant is. Tegelijkertijd is dergelijke informatie — zoals bijvb. de door Ferran (2004a), op p. 130 zelf ook genoemde informatie over de bezoldiging van leidinggevenden van beursvennootschappen — wel relevant met het oog op het tegengaan van 'agency-problemen'. Zie eveneens — expliciet in deze zin: Kraakman (2004), p. 97, '[t]he disclosure rules that target (...) agency problems may not contribute to the accuracy of near-term share prices. For example, the rules requiring disclosure of self-dealing transactions between the company and its directors may be triggered by transactions that are trivial in comparison to the company's asset value or market capitalization.'
In de wijze waarop de doelstelling van publicatieverplichtingen langzaam, maar niet volledig, lijkt te zijn verschoven van "het tegengaan van `agency-problemen' binnen beursvennootschappen" naar "het bijdragen van een adequate werking van de effectenmarkt", vormen de ontwikkelingen in de Europese regelgeving tot op zekere hoogte een afspiegeling van het Amerikaanse model.1 Tot op zekere hoogte. Anders dan in de Verenigde Staten van Amerika lijkt in de Europese regelgeving het tegengaan van "agency-problemen" binnen (beurs) vennootschappen namelijk wel een belangrijke(re) doelstelling van de publicatieverplichtingen te zijn (gebleven).
Voorbeelden daarvan kunnen met name worden gevonden in de Europese vennootschapsrechtelijke richtlijnen, zoals de publicatieverplichtingen die samenhangen met financiële steunverlening door de (beurs)vennootschappen.2 Ook de aanbeveling van de Europese Commissie over de te publiceren informatie over de bezoldiging van bestuurders van beursvennootschappen vormt hiervan een voorbeeld.3 Een voorbeeld in de Europese effectenrechtelijke richtlijnen waarbij de doelstelling van de publicatieverplichtingen is gericht op het tegengaan van "agency-problemen", is te vinden in overweging 18 van de Transparantierichtlijn. Daarin is bepaald dat informatie over belangrijke deelnemingen in beursvennootschappen "zou (...) moeten bijdragen tot een efficiënter toezicht op aandelenuitgevende instellingen".4
Deze voorbeelden laten zien dat, ondanks een (gedeeltelijke) verschuiving van doelstellingen, niettemin het oogmerk van de door beursvennootschappen te publiceren informatie (ten minste ook) kan zijn gelegen in het tegengaan van "agency-problemen" binnen beursvennootschappen.5 De, uit deze problemen voortvloeiende, directe "monitoring-kosten" van (potentiële) investeerders kunnen worden onderverdeeld in "monitoring-kosten" in de primaire markt en in de secundaire markt.