Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/2.4.1:2.4.1 Argumentatieve schematische benaderingen
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/2.4.1
2.4.1 Argumentatieve schematische benaderingen
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Malsch & Freckelton 2009, p. 122.
Anderson, Schum & Twining 2005, p. 145 e.v.
Malsch & Freckelton 2009, p. 121.
Van Koppen 2011, p. 242.
In de retorische benadering wordt ervan uitgegaan dat argumentatie tot doel heeft het publiek te overtuigen (Wagemans 2009, p. 44).
Vgl. Feteris 1999, p. 161 en Wagemans 2009, p. 242.
Feteris 1999, p. 163.
Malsch & Freckelton 2009, p. 123.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een manier om tot een bewezenverklaring te komen, is met behulp van argumenten. Bij de argumentatieve benadering gaat het om door middel van logisch redeneren gebaseerd op premissen tot een conclusie te komen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de redeneerwijzen zoals hiervoor geschetst. Om dit proces enigszins te structureren opdat geen stappen worden overgeslagen, heeft J.H. Wigmore in het begin van de vorige eeuw een model ontworpen waarin de relatie tussen het beschikbare bewijsmateriaal en de proposities centraal staat, de zogenaamde evidence chart. Het beschikbare bewijsmateriaal wordt stapsgewijs geanalyseerd en in een schema gezet. Met behulp van symbolen en tekens worden in dat schema de verschillende type relaties tussen argumenten weergegeven. Deze schematische benadering kan worden gebruikt om grote hoeveelheden bewijsmateriaal te rangschikken, relaties tussen individuele bewijsstukken en de te bewijzen proposities bloot te leggen en om alle verborgen stappen in een bewijsredenering aan de oppervlakte te brengen. Het is in die zin een bottom-up benadering: eerst worden alle bewijsstukken afzonderlijk geanalyseerd en vervolgens wordt gekeken naar de onderlinge relatie en de relatie met de te bewijzen propositie.1 Naast de evidence chart kunnen ook vereenvoudigde modellen worden gehanteerd, zoals de outline methode.2
Het voordeel van het schematisch in kaart brengen van het beschikbare bewijsmateriaal is dat het zichtbaar maakt welke redeneerstappen zijn genomen. Eventuele zwakke gevolgtrekkingen of vergezochte generalisaties die nodig zijn om de argumentatie sluitend te maken, kunnen daarmee worden blootgelegd. In een dergelijke benadering wordt de bewijsredenering gezien als een keten van argumenten: als een schakel zwak is of berust op een misvatting dan wordt de bewijsketen logischerwijs doorbroken.3 Het nadeel van de schematische benadering is dat het maken van een schema een zeer tijdrovende exercitie is en het in complexe zaken niet mogelijk is om alles in schema te zetten. Daarbij komt dat verzamelde feiten soms multi-interpretabel zijn en – zoals hiervoor duidelijk werd – pas betekenis krijgen in een bepaalde context. Het kan bijna niet anders dan dat de analyse van het bewijsmateriaal in de praktijk geschiedt met een verhaal of een theorie in het achterhoofd. Dit wordt door voorstanders van argumentatieve schematische benaderingen ook wel erkend. Voorts geldt als kritiekpunt dat de theorievorming over schema’s geen duidelijkheid biedt over welke mate van verfijning van het schema noodzakelijk is om tot een zinvol niveau van analyse te komen.4
Een andere argumentatieve benadering die in dit verband kan worden genoemd, is de pragma-dialectiek, een argumentatietheorie ontworpen door Van Eemeren en Grootendorst. In deze theorie, die geïnspireerd is op het kritisch rationalisme van Karl Popper, staat de kritische discussie centraal. Argumentatie wordt gezien als deel van een discussie die als doel heeft een verschil van mening tussen twee partijen op te lossen.5 Het pragma-dialectisch model dient als instrument om te bepalen of een standpunt waarover verschil van mening bestaat, houdbaar is in het licht van de kritische reacties van de persoon die dit standpunt ter discussie stelt. In deze benadering wordt de verdediger van een bepaald standpunt de ‘protagonist’ genoemd en de aanvaller de ‘antagonist’. De theorie heeft - zoals de aanduiding al doet vermoeden - zowel dialectisch als een pragmatisch aspect. Het pragmatisch aspect verwijst naar de pragmatiek als studie van het gebruik van taal en heeft betrekking op de communicatieve en interactieve regels voor het gebruik van argumentatieve taal in verschillende discussiesituaties. Het dialectisch aspect verwijst naar de dialectica als de ‘leer’ van het discussiëren en heeft betrekking op de kritische test van het standpunt dat ter discussie staat.6 In de pragma-dialectische benadering wordt een standpunt aanvaard op het moment dat de protagonist zijn gezichtspunt succesvol heeft verdedigd op basis van gemeenschappelijke discussieregels tegen de kritische reacties van de antagonist of wanneer de antagonist het standpunt succesvol heeft aangevallen. Juridisch redeneren kan in deze benadering worden gezien als een vorm van kritische discussie.7 Om vast te stellen of de informatie die door een van de partijen naar voren is gebracht valide is, moet een analyse worden gemaakt van de elementen die relevant zijn voor de argumentatie. Alleen wanneer de argumenten - en de ongearticuleerde premissen waarop deze zijn gebaseerd - bestand zijn tegen rationele kritiek, mogen zij meewerken aan het bewijs.
Volgens Malsch en Freckelton verschilt de pragma-dialectische benadering van de Wigmoriaanse analyse daarin dat deze zich vooral bezighoudt met de regels van het debat die een juiste uitkomst moeten genereren, terwijl de Wigmoriaanse benadering bewijsstukken neemt zoals ze zijn en daartussen verbanden tracht te leggen. Niettemin wordt bij beide benaderingen begonnen vanuit de individuele bewijsstukken en worden deze onafhankelijk van elkaar bekeken. De sterkte van de elementen worden vastgesteld en de relaties tussen deze elementen worden in kaart gebracht.8 Argumentatieve benaderingen gaan primair uit van een bottom-up werkwijze.