Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/9.8:9.8 EEX-Verordening en forum non conveniens
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/9.8
9.8 EEX-Verordening en forum non conveniens
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS437956:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Jur. 2005, p. 1-1383.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoofdstuk 7staat in het teken van de compatibiliteit van het forum non conveniensleerstuk met de EEX-Verordening. In de verhoudingen tussen de gerechten van de lidstaten van de Europese Unie komt aan het forum non conveniens-leerstuk geen betekenis toe, indien de rechtsmacht van de rechter is gebaseerd op de EEX-Verordening (EEX-Vo). Dit hangt onder andere samen met een van de doelstellingen die de verordening voor ogen heeft, namelijk de hoge mate van voorspelbaarheid van de bevoegdheidsregels. De bevoegdheidsregels van de EEX-Verordening moeten partijen in staat stellen om op vrij eenvoudige wijze te bepalen voor welk gerecht binnen de Europese Unie een grensoverschrijdend geschil aanhangig kan worden gemaakt. Met de EEX-Verordening is een bindend rechtsmachtsysteem in het leven geroepen waarbij uitdrukkelijk wordt aangegeven in welke gevallen de gerechten van lidstaten zich (on)bevoegd dienen te verklaren. Niet wordt getolereerd dat een nationale forum non conveniens-regel hierop inbreuk maakt. In zekere zin bestaat er ook geen behoefte aan een forum non conveniens-correctie, omdat de EEX-Verordening in veel gevallen reeds in bevoegdheden voorziet die ieder op zich als een forum conveniens kunnen worden beschouwd. In intra-communautaire gevallen is de toepassing van een op het nationale recht van een lidstaat gebaseerd forum non conveniens dus uitgesloten (par. 7.4). Maar hoe staat het met de extra-communautaire dimensie van forum non conveniens? Mag de op basis van de EEX-Verordening bevoegde rechter zich forum non conveniens verklaren ten gunste van het gerecht in een niet-lidstaat? (par. 7.5)
De opstellers van het EEX-Verdrag resp. de EEX-Verordening hebben zich over deze laatste vraag niet uitgelaten. In de internationale literatuur lopen de meningen uiteen. Tot voor kort werd in het Verenigd Koninkrijk de opvatting verdedigd dat het EEX- stelsel alleen de rechtsmacht regelt tussen gerechten van lidstaten, zodat het gebruik van forum non conveniens ten gunste van de gerechten in een niet aan de verordening gebonden staat is toegestaan wanneer de zaak slechts binding heeft met één lidstaat en een niet-lidstaat. Deze controversiële vraag is actueel geworden met een prejudiciële beslissing van het HvJ EG van 1 maart 2005 in zaak C-281/02, Owusu/Jackson (par. 7.5.1 e.v.).1 Het arrest is gewezen onder de toepassing van het EEX-Verdrag, maar behoudt zijn waarde onder de EEX-Verordening. Het Hof besliste dat het EEX-Verdrag zich ertegen verzet dat de rechter van een verdragsstaat de bevoegdheid die hij ontleent aan art. 2 EEX-Verdrag niet uitoefent omdat een gerecht in een niet-verdragsstaat een geschikter forum zou zijn om van het geschil kennis te nemen, ook als de bevoegdheid van geen ander Europees gerecht aan de orde is of het geschil verder geen aanknopingspunten heeft met een andere verdragsstaat. Volgens het Hof leidt de toepassing van het forum non conveniens-leerstuk tot aantasting van het beginsel van rechtszekerheid en verstoort het de rechtsbescherming van Gemeenschapsonderdanen. Evenmin komt het de uniforme toepassing van het EEXVerdrag ten goede. Met deze prejudiciële beslissing is, zo zou ik menen, het doek voor het forum non conveniens-leerstuk in EEX-verband definitief gevallen. Het arrest Owusu laat een aantal belangrijke vragen onbeantwoord. Hoe zit het met het dwingend karakter van art. 2 EEX-Verdrag resp. art. 2 EEX-Vo, indien partijen een exclusieve forumkeuze zijn overeengekomen ten gunste van de gerechten in een niet-lidstaat? Of als een zakenrechtelijk geschil betrekking heeft op onroerend goed dat gelegen is in een niet-lidstaat, dan wel een zelfde geschil tussen dezelfde partijen op een eerder tijdstip aanhangig is gemaakt bij het gerecht in een niet-lidstaat? Verdedigbaar is om in deze gevallen aan het EEX-Verdrag en de EEX-Verordening een reflexwerking toe te kennen (par. 7.5.4.2).