Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.5.2.5
4.5.2.5 Technieken voor goed portefeuillebeheer
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193551:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 51 lid 2 Richtlijn 2009/65/EG. Dit is al mogelijk vanaf Icbe-Richtlijn I (art. 21).
CESR/07-044b, art. 11 en ESMA/2014/937, hoofdstuk X.
Art. 11 CESR/07-044b.
Art. 51 lid 2 derde paragraaf Icbe-Richtlijn.
Art. 51 lid 2 tweede paragraaf Icbe-Richtlijn.
Het totale risico is een risicomaatstaf voor al het risico dat voortkomt uit derivatentransacties. Het totale risico is gemaximeerd en wordt nader uitgewerkt in paragraaf 4.5.3.5.
Art. 41 lid 4 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
ESMA/2012/832NL.
Paragraaf 2.1.4 CESR/10-788.
ESMA/2014/937.
ESMA/2014/937, punt 1.
ESMA/2014/937, punt 26.
ESMA/2014/937, punt 45.
ESMA/2014/937, punt 41.
Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.5.3.5.
ESMA/2014/937, punt 42
ESMA/2014/937, punt 46. Op de financiële markten wordt onder een haircut verstaan een vermindering die wordt toegepast op de waarde van een activum. Deze vermindering wordt uitgedrukt in een percentage. Als een activum – zoals bijvoorbeeld een portefeuille overheidsobligaties – € 1 miljoen waard is en een haircut van 20% krijgt, betekent dit dat dit activum wordt behandeld alsof het slechts € 0,8 miljoen waard is. Zie website ECB. https://www.ecb.europa.eu/explainers/tell-me-more/html/haircuts.nl.html (laatst geraadpleegd 25-1-2020).
ESMA/2014/937, punt 30.
ESMA/2014/937, punt 31 en 32.
ESMA/2014/937, punt 33.
ESMA/2014/937, punt 27.
ESMA/2014/937, punt 25.
ESMA/2014/937, punt 28 en ESMA/2013/1547, vraag 4c.
ESMA/2014/937, punt 29.
ESMA/2013/1547, vraag 4.
Central Bank of Ireland, UCITS Financial Derivative Instruments and Efficient Portfolio Management, augustus 2017.
ESMA/2014/937, punt 43 aanhef en sub c en art. 127 en 128 van Central Bank of Ireland, UCITS Financial Derivative Instruments and Efficient Portfolio Management, augustus 2017.
Circular/08/356, hoofdstuk 2 onder a.
Lidstaten mogen ‘technieken en instrumenten met betrekking tot effecten en geldmarktinstrumenten’ toestaan, mits ze worden gebruikt met het oog op goed portefeuillebeheer.1 Een definitie van dergelijke technieken ontbreekt in de regelgeving, maar volgens artikel 11 van de Toegestane activa-Richtlijn vallen daar technieken onder die aan de volgende voorwaarden voldoen:
Zij zijn economisch gepast in die zin dat zij kostendoelmatig zijn.
Zij worden gehanteerd met het oog op de verwezenlijking van een of meer van de volgende specifieke doelstellingen:
de vermindering van de risico’s;
de terugbrenging van de kosten;
het genereren van extra kapitaal of inkomsten voor de icbe, waarbij het daaraan verbonden risico samenhangt met het risicoprofiel van de icbe en de (…) neergelegde risicospreidingsregels.
Met de aan deze technieken en instrumenten verbonden risico’s wordt afdoende rekening gehouden in het kader van het risicobeheersproces van de icbe.
Deze technieken mogen dus voor alle denkbare doelen worden ingezet mits ze economisch zinvol zijn voor de icbe en mits ze passen in het risicoprofiel en beleid van de icbe. Hieruit wordt echter nog niet duidelijk op wat voor technieken precies gedoeld wordt. Uit verschillende publicaties van CESR en ESMA is af te leiden dat onder deze technieken onder andere worden verstaan zekerhedenbeheer, onderhandse derivatentransacties, effectenuitleentransacties, retrocessieovereenkomsten, cessie-retrocessieovereenkomsten en technieken gerelateerd aan het reconstrueren van aandelenindices en/of obligatie-indices.2 Onderhandse derivatentransacties vallen zowel onder de bepalingen van dit artikel als onder de bepalingen die specifiek gericht zijn op onderhandse derivatentransacties. Ze zullen aan beide bepalingen moeten voldoen.3
In de Icbe-Richtlijn is als eis gesteld dat de technieken er in geen geval toe mogen leiden dat de icbe afwijkt van haar beleggingsdoelstellingen die zijn vastgelegd in het fondsreglement, de statuten of het prospectus.4 Voor zover de technieken het gebruik van derivaten omvatten, moeten de genoemde voorwaarden en grenzen in overeenstemming zijn met de bepalingen van de Richtlijn.5 Ook aan de restricties uit de Richtlijn zal dus moeten worden voldaan. Beheerders moeten deze technieken in aanmerking nemen wanneer zij het totale risico6 berekenen, indien de technieken worden aangewend om voor een extra hefboomeffect of een extra blootstelling aan de markt te zorgen.7 Dit is bijvoorbeeld mogelijk door een ontvangen onderpand te herbeleggen.
In 2012 heeft de ESMA richtsnoeren betreffende ETF's en andere kwesties in verband met icbe’s uitgebracht.8 Daarvoor had CESR al richtsnoeren uitgebracht over in aanmerking komende beleggingen, waarin ze ook een paragraaf aan technieken voor goed portfoliomanagement had gewijd.9 Dit artikel is nog steeds van kracht. De ESMA-richtsnoeren zijn na twee jaar vervangen door nieuwe richtsnoeren.10
In de richtsnoeren staan additionele bepalingen voor goed portefeuillebeheer. De richtsnoeren zijn gericht aan beheerders van icbe’s en icbe-beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder.11 In het document richt ESMA zich op risicobeheer, transparantie en gedragsbepalingen. Het opnemen van alle eisen in de richtsnoeren zou weinig bijdragen aan de literatuur, daarom zal ik kort de belangrijkste bepalingen opsommen. Ten aanzien van het risico is bepaald dat het (liquiditeits)risicobeheerproces ingericht moet zijn voor het gebruik van technieken voor goed portefeuillebeheer.12 Als er ten minste voor 30% van de activa zekerheden worden ontvangen, zal er bovendien een stresstestbeleid moeten worden ingesteld, dat moet voldoen aan nadere voorwaarden van ESMA.13 De risicoposities moeten worden meegenomen bij de berekening van de limieten die verderop in dit hoofdstuk zijn beschreven.14 In artikel 43 van deze richtsnoeren zijn specifieke criteria opgesomd waaraan een onderpand moet voldoen.15 Overigens moeten alle effecten die ontvangen worden in het kader van technieken voor goed portefeuillebeheer voldoen aan deze eisen.16 Alle zekerheden moeten bovendien voldoen aan een haircut-beleid.17
De beheerder van de icbe moet er verder voor zorgen dat hij te allen tijde elk door de icbe uitgeleend effect kan terugroepen of elke effectleningsovereenkomst die de icbe is aangegaan kan beëindigen.18 De beheerder van de icbe die een cessie-retrocessieovereenkomst aangaat, dient ervoor te zorgen dat de icbe te allen tijde de betreffende effecten of het volledige bedrag aan geldmiddelen kan opvragen of de overeenkomst kan beëindigen op basis van opgelopen rente dan wel tegen de actuele marktwaarde.19 Als bij (cessie-)retrocessieovereenkomsten een termijn van maximaal 7 dagen wordt gehanteerd, worden ze beschouwd als overeenkomsten die te allen tijde kunnen worden teruggevorderd.20
De technieken mogen geen wijzigingen aanbrengen in de openbaar gemaakte beleggingsdoelstellingen en ook geen aanzienlijke aanvullende risico's toevoegen in vergelijking met het oorspronkelijke risicobeleid zoals beschreven in de verkoopdocumenten.21 In de richtsnoeren is eveneens bepaald dat in het prospectus moet worden opgenomen welke technieken een icbe voornemens is toe te passen, welke risico’s en belangenconflicten hieraan verbonden zijn en welke impact de technieken kunnen hebben op de rendementen van de icbe.22 Het beleid ten aanzien van kosten en vergoedingen moet in het prospectus of jaarverslag worden opgenomen.23 Het prospectus moet deelnemers uitvoerig informeren over het zekerhedenbeleid van de icbe (met inbegrip van bijvoorbeeld het toegestane type zekerheden en de hoeveelheid vereiste zekerheden). Het jaarverslag moet nadere informatie bevatten over de identiteit van de tegenpartijen, risico’s, verkregen posities, inkomsten en kosten en vergoedingen.
De toepassing van deze technieken en instrumenten moet in het beste belang van de icbe zijn. Alle inkomsten die voortkomen uit technieken voor goed portefeuillebeheer, verrekend met directe en indirecte operationele kosten, moeten aan de icbe worden overgedragen.24 Dit betekent echter niet dat betrokken partijen zoals de securities lending agents geen marktconforme vergoeding voor hun diensten in rekening mogen brengen of geen geld mogen verdienen.25
Daarnaast kunnen lidstaten voorwaarden en grenzen stellen aan het gebruik van deze technieken. Enkele lidstaten, waaronder Ierland en Luxemburg, hebben dat ook gedaan. In Ierland zijn de richtsnoeren van ESMA voor een groot deel opgenomen in de wet. Daarnaast heeft de Ierse toezichthouder nog een extra document opgesteld over hoe met deze technieken moet worden omgegaan.26 In deze gids worden de vereisten van ESMA nader uitgewerkt zonder dat ik op materiële aanvullende verplichtingen ben gestuit. Waar ESMA bijvoorbeeld aangeeft dat ontvangen zekerheden te allen tijde van hoge kwaliteit moeten zijn, geeft de Ierse toezichthouder aan hoe moet worden omgegaan met verslechtering van de kwaliteit van de zekerheden.27 Hierbij zorgt de toezichthouder voornamelijk voor rechtszekerheid en niet zozeer voor aanvullende bepalingen.
Ook de CSSF heeft aanvullende bepalingen opgenomen. In Circular 08/356 zijn additionele vereisten opgenomen voor technieken voor goed portefeuillebeheer. Daarin is onder andere bepaald dat als effecten worden uitgeleend, er nooit minder dan 90% van de waarde van de uitgeleende effecten aan onderpand mag worden ontvangen.28 Veel van de bepalingen uit deze circulaire zijn overgenomen in de ESMA richtsnoeren uit 2014.
Nederland heeft geen aanvullende bepalingen opgesteld ten aanzien van technieken voor goed portefeuillebeheer.