Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/1.2.4:1.2.4 Werkwijze en methode van onderzoek
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/1.2.4
1.2.4 Werkwijze en methode van onderzoek
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS413763:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
a. Methode van onderzoek
De uitwerking van het instrumentarium van de wetgever (deel I) is voor een belangrijk deel gebaseerd op literatuuronderzoek. Daarbij heb ik met name gebruikgemaakt van inzichten die in de literatuur op civielrechtelijk terrein alsmede in Amerikaanse literatuur over overgangsrecht bestaan.1 Aan de hand van deze bestaande inzichten heb ik vervolgens eigen definities gegeven van de werkingsregels, te weten ‘terugwerkende kracht’, ‘onmiddellijke werking’ en ‘uitgestelde werking’. Door deze werkwijze sluiten de door mij gegeven definities zo goed mogelijk aan op een geaccepteerd juridisch beoordelingskader. Ook bij het definiëren van het begrip ‘overgangsmaatregelen’ ben ik op deze wijze te werk gegaan. Wegens gebrek aan literatuur over de verschillende overgangsmaatregelen heb ik aan de hand van de onderscheidende elementen van overgangsmaatregelen een eigen indeling gemaakt. Daarbij heb ik – voor zover mogelijk – de begrippen die reeds door de wetgever worden gebruikt als uitgangspunt genomen.
Ook aan het formuleren van de beginselen van behoorlijk fiscaal wettelijk overgangsbeleid (deel II) ligt een literatuuronderzoek ten grondslag. Bij de uitwerking van de aldus geformuleerde beginselen heb ik mij voornamelijk gebaseerd op zowel literatuur als jurisprudentie. De jurisprudentie die ik in dit kader heb geraadpleegd, is met name afkomstig van de Hoge Raad, het Belgische Arbitragehof en Hof van Cassatie, het Hof van Justitie EG en het EHRM. Daarbij heb ik mede gebruikgemaakt van jurisprudentie inzake de toetsing van lagere regelgeving en de toetsing van strafbepalingen aan art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR.
In deel III geef ik aan de hand van de in deel I en II verwoorde inzichten een raamwerk voor fiscaal overgangsbeleid.
b. Begripsbepaling
In dit onderzoek worden verschillende begrippen gebruikt. Voor een aantal van deze begrippen geldt dat hun inhoud niet altijd even gemakkelijk kan worden onderscheiden. De begrippen die een centrale rol spelen binnen het instrumentarium van de wetgever werk ik uit in par. 2.2. Aldaar komen aan de orde de begrippen ‘in werking treden’, ‘gelden’, ‘uitgestelde inwerkingtreding’, ‘inwerkingtredingsmoment’, ‘overgangsrecht’, ‘werkingsregels’, ‘werken’, ‘overgangsmaatregelen’ en ‘toepassen’.
Andere begrippen die herhaaldelijk voorkomen in dit onderzoek, en waarvoor het belangrijk is om helderheid over hun inhoud te verschaffen, werk ik uit in par. 1.4.
c. Verkorte verwijzingen
Ter bevordering van de leesbaarheid heb ik een systeem van verkorte verwijzingen naar literatuur en regelmatig aangehaalde kamerstukken toegepast. Voor de volledige vindplaats van literatuur verwijs ik naar het literatuurregister. Verkort aangehaalde kamerstukken worden nader verklaard in de lijst van gebruikte afkortingen.
Waar ik kortheidshalve spreek over ‘beginselen van behoorlijk overgangsbeleid’ bedoel ik ‘beginselen van behoorlijk fiscaal wettelijk overgangsbeleid’.
d. Voorbeelden van wetswijzigingen
In dit onderzoek wordt regelmatig verwezen naar wetswijzigingen in het Nederlandse belastingrecht. Van wetswijzigingen die regelmatig worden aangehaald is een beschrijving van de voor dit onderzoek relevante aspecten opgenomen in de bijlagen.