Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/10.3.1.2
10.3.1.2 Proces-verbaal van de rechter-commissaris
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Onder ‘verklaard’ moet het verhoor van verdachten, getuigen en deskundigen worden begrepen, terwijl de non-verbale reacties van de gehoorde personen als ‘voorgevallen’ kunnen worden aangemerkt. Dit geldt ook voor de confrontatie van verdachte met slachtoffers en getuigen (Melai-Groenhuijsen, art. 172, aant. 1). In de praktijk wordt – net als bij de politie – een onderscheid gemaakt tussen een proces-verbaal van verhoor en van bevindingen, waarbij een eventuele analyse van de betrouwbaarheid in een proces-verbaal van bevindingen zal worden opgetekend.
Artikel 172 Sv geeft regels omtrent het opstellen van het proces-verbaal bij de rechter-commissaris. De griffier maakt in opdracht van de rechter-commissaris proces-verbaal op van hetgeen is verklaard, verricht en voorgevallen of door de rechter-commissaris is waargenomen.1 Dit houdt in dat de rechtercommissaris verantwoordelijk is voor de inhoud van het proces-verbaal en de griffier het proces-verbaal volgens zijn aanwijzingen opmaakt. In de praktijk betekent dit dat de rechter-commissaris de verklaring aan de griffier dicteert, die de verklaring op zijn beurt op de computer uittypt. Anders dan voor wat betreft het onderzoek ter terechtzitting waar een zakelijke verslaglegging wordt verlangd, geeft de wet geen voorschrift met betrekking tot de wijze van verslag leggen van verhoren. Dat wordt aan de rechter-commissaris zelf overgelaten.
De wet kent van oudsher wel de mogelijkheid voor de verdachte of getuige om te verzoeken om ook de vraag letterlijk in het proces-verbaal te doen opnemen (art. 172 lid 2 Sv) en om het verklaarde – binnen de grenzen van het redelijke – in eigen woorden te doen opnemen (art. 172 lid 3 Sv). Na afloop van het verhoor wordt de getuige gevraagd zijn verklaring te ondertekenen nadat deze door middel van (voor)lezing kennis heeft genomen van de inhoud van het proces-verbaal en heeft verklaard daarbij te volharden. Indien ondertekening achterwege blijft, dan dient het proces-verbaal de oorzaak daarvan te vermelden (art. 174 Sv). Daarnaast worden in artikel 175 Sv nog enkele regels gegeven voor het aanbrengen van handgeschreven wijzigingen of verwijzingen in het proces-verbaal.
Net als bij processen-verbaal van de politie moeten in het proces-verbaal van het onderzoek van de rechter-commissaris zo veel mogelijk de redenen van wetenschap worden opgegeven (art. 172 lid 1 Sv); niet alleen waar het de bevindingen van de rechter-commissaris zelf betreft, maar ook als gaat om de verklaringen van personen die door de rechter-commissaris worden gehoord. De ratio achter dit voorschrift is dat een volgende instantie in staat wordt gesteld de inhoud van de in het proces-verbaal neergelegde verklaring op waarde te schatten. Voor bijzondere categorieën getuigen is in de wet de verplichting opgenomen dat de rechter-commissaris de betrouwbaarheid onderzoekt en daaromtrent in het proces-verbaal rekenschap aflegt. Dit geldt voor de bedreigde getuige (art. 226e Sv) en de afgeschermde getuige (art. 226q Sv), die beiden in beginsel niet meer op het onderzoek ter terechtzitting zullen worden gehoord. Een dergelijke afzonderlijke analyse van de betrouwbaarheid wordt bij de ‘reguliere’ getuige door de wet niet geëist. Het is dan ook niet gebruikelijk dat de rechter-commissaris zijn perceptie van de betrouwbaarheid van de verklaring of de geloofwaardigheid van de persoon van de getuige in het proces-verbaal optekent. Dat neemt niet weg dat als er concrete aanleiding is om aan de betrouwbaarheid van de verklaring te twijfelen, de rechter hierover toch uit eigen beweging een opmerking kan maken, bijvoorbeeld in geval de getuige een zwakbegaafde indruk maakt. Dit zal in de regel in een afzonderlijk proces-verbaal van bevindingen worden genoteerd.