Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.3.2.3
2.3.2.3 Dereguleren vanwege regeldruk
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS492624:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de overgang van regelomvang naar regeldruk: Bokhorst & Van Ommeren, NJ 2007, p. 682-686. In het wetgevingsbeleid werd deze overgang gemaakt met de Nota Bruikbare rechtsorde, Kamerstukken II 2003/04, 29279, 9, p. 2-27.
Van Doorn, Beleid & Maatschappij 1982/8.
Van Doorn, Beleid & Maatschappij 1982/8, p. 233.
Van Kemenade e.a. 1997.
Actal adviseert de regering en de Staten-Generaal over de voorzienbare regeldruk die wetgeving op rijksniveau met zich meebrengen. Aan de naam is nog af te lezen dat de aandacht aanvankelijk was gericht op de administratieve lasten die deze wetgeving met zich mee kan brengen (AdviesCollege Toetsing Administratieve Lasten, inmiddels het Adviescollege toetsing regeldruk). Ook de aanvankelijke gerichtheid op de effecten voor bedrijven is sterk verruimd. Zie https://www.actal.nl/over-actal/missie/ (24 april 2017). Het betrof een tijdelijk adviescollege, ingesteld op 21 april 2000 tot 1 juni 2017.
Slechts in 14% acht de bestuursrechter het beroep van de burger tegen het overheidsbesluit gegrond; in nog geen derde deel daarvan, dus in zo’n 4% van de gevallen, dwingt de rechter het bestuur een nieuw besluit te nemen. Zie voor deze cijfers Marseille e.a. 2015, p. 128 e.v.: https://prettigcontactmetdeoverheid.nl/sites/default/files/documenten/BZK%20NZB%20Rapport%20pdf.pdf (2 juli 2017).
Dit is de zogenoemde ‘bestuurlijke lus’, die met ingang van 2010 is ingevoerd. Zie Stb. 2009/297. De eerdergenoemde commissie-Van Kemenade stelde deze bestuurlijke lus al voor. In 2014 oordeelde een evaluatiecommissie dat de bestuurlijke lus ‘tamelijk succesvol’ is gebleken (Backes e.a. 2014).
De beperking van rechtsbescherming is begonnen met de Crisis- en herstelwet (Stb. 2010/135 en 136). De rechtsbescherming werd overigens niet geheel weggenomen, maar de procedures bij aangewezen infrastructurele projecten werden bekort, waardoor de rechtsbescherming feitelijke werd beperkt. De Crisis- en herstelwet was bedoeld als een tijdelijke wet, maar is in 2013 definitief verklaard. De wet zal vervolgens opgaan in de Omgevingswet die in 2021 in werking zal treden. Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet/inhoud/crisis-en-herstelwet en https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet/vernieuwing-omgevingsrecht (1 mei 2018).
Voorbeelden hiervan zijn de maatregelen om regeldruk te verminderen c.q. tegen te gaan op het terrein van onderwijs en op dat van zorg. Zie de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 15 november 2016, waarin de minister verslag doet van de aanpak van regeldruk in het onderwijs: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/11/15/kamerbrief-voortgangsrapportage-aanpak-regeldruk-onderwijs-2015-2016 (24 april 2017). Eerder, op 2 juli 2015, stuurde de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een brief over de aanpak van regeldruk in de zorg: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2015/07/02/kamerbrief-over-merkbaar-minder-regeldruk (24 april 2017).
Van Gestel en Hertogh 2006.
Binnen het wetgevingsbeleid werd de aandacht al gauw meer gericht op de last die van regelgeving werd ervaren, de regeldruk.1 Aanvankelijk ging daarbij vrijwel alle aandacht naar de regeldruk voor ondernemers en die voor bestuurders. Voor de eerste gaf Van Doorn een heldere verklaring in zijn eerdergenoemde artikel van 1982.2 Van Doorn analyseerde dat het de ‘nieuwe vrijgestelden’ lukte om via actiegroepen de toegang te vinden naar politieke partijen en departementen om aldus hun wensen – meestal verwoord als eisen – op welzijnsterreinen als milieu en arbeidsomstandigheden binnen één decennium in wetgeving om te zetten. De hieruit voortgekomen milieu- en arbowetgeving stelden veel welzijnseisen aan ondernemers, die volgens Van Doorn de indruk kregen dat ‘de omringende samenleving haar problemen tracht af te wentelen op de ondernemingen: niet alleen betaalt de vervuiler, maar ook moet het bedrijfsleven zorgen voor de bestrijding van de werkloosheid, voor de integratie van minderheden, voor humanisering van de arbeid, voor de democratisering van de arbeidsorganisatie en voor het welzijn – in de ruime zin – van het personeel’.3 De vraag om aandacht voor deregulering is volgens Van Doorn in hoofdzaak voortgekomen uit het streven naar verlichten van de lasten voor het bedrijfsleven.
De aandacht voor rechtsbescherming tegen de overheid vanaf de jaren zeventig, die uiteindelijk in de jaren negentig leidde tot de (eerste tranches van de) Algemene wet bestuursrecht, leidde onder bestuurders tot de opvatting dat zij werden geconfronteerd met een regeldruk die hen het besturen onmogelijk zou gaan maken. Bij monde van de commissie-Van Kemenade vroegen provinciale en lokale bestuurders nadrukkelijke aandacht voor dit probleem.4
Het verzet van ondernemers en bestuurders tegen de voor hen belastende wetgeving heeft het nodige teweeggebracht. Het voorkomen of verminderen van lasten voor ondernemers kwam op de politieke agenda en leidde tot de instelling van een afzonderlijke ‘waakhond’, genaamd Actal.5 Het resultaat van het verzet van bestuurders tegen de groeiende rechtsbescherming die hen zou belemmeren is maar voor een deel concreet aan te geven. Wel kan worden geconstateerd dat de administratieve rechter in veruit de meeste zaken meegaat met het standpunt van de overheid6 en dat latere wetgeving de overheid eventuele fouten nog gaande de procedure alsnog laat herstellen7 en de nodige rechtsbescherming heeft teruggedraaid.8
Inmiddels is de aandacht voor regeldruk al lang niet meer beperkt tot die welke bedrijven en besturen ervaren.9 De competentie van Actal is ook veel ruimer dan het waken voor regeldruk voor werkgevers en bestuurders.
Van Gestel en Hertogh bespreken de overgang van deregulering naar zelfregulering (zie ook paragraaf 2.2.3 en 2.3.3) als onderdeel van het wetgevingsbeleid in de jaren negentig. Daar komt ook het doel van de rechtsontwikkeling bij zelfregulering naar voren, zodat ‘het recht meer complementair wordt aan het zelfregulerende vermogen van de samenleving’.10