Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.4.1
6.5.4.1 Vrijwillige nakoming
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186552:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook par. 6.4.5.
Suijling 1934, p. 415, Van Brakel 1948, p. 18, Hofmann/Van Opstall 1976, p. 411, geval IIa2, Asser/Sieburgh 6-I 2016/246 en Scheltema 2016, p. 61. Vgl. ook Spinath 2005, p. 37, naar Duits recht § 271 lid 2 BGB en daarover Mayer 2007, p. 222.
Zo ook het Eindverslag: “Is de termijn – mede of uitsluitend – overeengekomen in het belang van de schuldeiser, dan kan deze wèl weigeren de betaling te aanvaarden. De strekking van de termijn is dan immers dat de schuld niet aflosbaar is.”, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 173. Zie ook TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 170 en p. 492, Asser/Sieburgh 6-I 2016/246, Faber 1993 p. 104, Faber 2005, p. 70, Spinath 2005, p. 17, Van der Grinten 1953, p. 122 en 123 en naar Duits recht over § 271 BGB, dat vrijwel woordelijk overeenstemt met art. 6:38 BW HK-BGB/Reiner Schulze BGB § 271, rn. 9: “Die Erfüllbarkeit betrifft dag den Zeitpunkt, von dem an der Schuldner die Leistung bewirken kann.”
Zie ook Asser/De Serrière 2-IV 2018/190. Dit is anders als de tijdsbepaling alleen in het belang van de schuldenaar is overeengekomen. Dan staat die niet in de weg aan eerdere nakoming. Zie art. 6:39 lid 2 BW en TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 171. De juniorschuldeiser kan die nakoming dan niet weigeren zonder in schuldeisersverzuim te raken. Zie Eindverslag I, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 172-173 en Asser/Sieburgh 6-I 2016/246.
Naar Duits recht is een betaling van een vordering met een qualifizierte Rangrücktritt tijdens Insolvenzreife een betaling op een ‘Nichtschuld’. Zie BGH 5 maart 2015, IX ZR 133/14, NZI 2015/315, ZIP 2015/638, rn. 34. Na die betaling heeft de schuldenaar een actie uit ongerechtvaardigde verrijking jegens de ontvanger. BGH 5 maart 2015, IX ZR 133/14, NZI 2015/315, ZIP 2015/638, rn. 27 en 34. Daarover ook Schmidt 2015, p. 905 en Habersack 2000, p. 404 en 419. Deze actie zou de schuldenaar niet hebben als de achterstelling enkel een termijn in het belang van de schuldeiser was. Zie in die lijn, Schmidt 1987, p. 500, in reactie daarop Habersack 2000, p. 404 en Schmidt 2015, p. 910.
Zie TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 171 en MvA II Inv., Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 6, p. 1223.
Vgl. ook par. 5.5.7.3.
Zie ook par. 6.1.1.
339. Een vordering die is achtergesteld door een opschortende voorwaarde of tijdsbepaling kan niet worden nagekomen voordat de senior is voldaan, of de senior toestemming heeft gegeven voor de nakoming.
Bij een voorwaardelijke vordering volgt dit rechtstreeks uit het karakter van de voorwaarde.1 Voordat de voorwaarde is vervuld staat niet vast dat de schuldenaar überhaupt iets verschuldigd is aan de juniorschuldeiser. Als hij de junior toch betaalt geldt dat niet als nakoming van de juniorvordering, maar verricht hij een onverschuldigde betaling.2
Bij een vordering onder tijdsbepaling hangen de rechtsgevolgen van een poging tot nakoming af van de vraag in wiens belang de tijdsbepaling is opgenomen. Als de tijdsbepaling in het belang van de schuldenaar en de (junior)schuldeiser is overeengekomen dan belet die tijdsbepaling de nakoming van de verbintenis voor de vervulling van de tijdsbepaling.3 Dergelijke verbintenissen zijn niet aflosbaar zolang de tijdsbepaling niet is vervuld.4
In paragraaf 6.3.3 is uiteengezet dat tijdsbepalingen die bedoeld zijn als oneigenlijke achterstellingen in beginsel zijn overeengekomen in het belang van de schuldenaar en de juniorschuldeiser. Daarom kan de schuldenaar die vordering niet nakomen voordat de tijdsbepaling is vervuld.5 De schuldenaar houdt aan een poging tot nakoming een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling over.6Artikel 6:39 lid 2 BW maakt dit niet anders, omdat dat artikel alleen toepasselijk is op tijdbepalingen die alleen in het belang van de schuldenaar zijn opgenomen.7
340. Als de tijdsbepaling of voorwaarde vervalt kan de schuldenaar de juniorvordering wel nakomen. Dan is de achterstelling geëindigd. Zie daarover paragraaf 6.5.7.8
341. Als de achterstelling enkel bestaat uit verbintenissen tussen de schuldeisers belemmert die de vrijwillige nakoming van de achtergestelde vordering niet. Dergelijke verbintenissen wijzigen immers de bevoegdheden van de schuldenaar niet.9