De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip
Einde inhoudsopgave
De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip (MSR nr. 79) 2021/5.4.2:5.4.2 De partijbedoeling en de feitelijke uitvoering na X/Gemeente Amsterdam
De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip (MSR nr. 79) 2021/5.4.2
5.4.2 De partijbedoeling en de feitelijke uitvoering na X/Gemeente Amsterdam
Documentgegevens:
S. Said, datum 13-12-2021
- Datum
13-12-2021
- Auteur
S. Said
- JCDI
JCDI:ADS583453:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746, r.o. 3.2.2 (X/Gemeente Amsterdam).
HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (Haviltex).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hiervoor geschetste discussie over de verhouding tussen de partijbedoeling en de feitelijke uitvoering is met het arrest X/Gemeente Amsterdam goeddeels beslecht. De Hoge Raad verduidelijkte in dit arrest allereerst dat het voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst, niet ter zake doet of partijen de bedoeling hadden om de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te doen vallen.1 Voorts is in dit arrest duidelijk gemaakt dat de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst wordt beantwoord aan de hand van de (in paragaaf 5.3 toegelichte) tweefasentoets, waarbij in de eerste (uitleg)fase aan de hand van Haviltex wordt onderzocht waartoe partijen zich over en weer hebben verbonden. Haviltex strekt er in feite toe te achterhalen wat partijen hebben bedoeld overeen te komen, mede aan de hand van ‘de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.’2 Daarmee staat sinds X/Gemeente Amsterdam de partijbedoeling voorop, zij het dat deze niet alleen volgt uit hetgeen partijen op schrift hebben gesteld, maar ook uit de wijze waarop zij feitelijk uitvoering aan de gemaakte afspraken hebben gegeven.
In paragraaf 5.4.2.1 komt eerst de op de kwalificatie gerichte partijbedoeling aan bod, waarna in paragraaf 5.4.2.2 wordt ingegaan op de rol en betekenis van de partijbedoeling in bredere zin – dus ook: anders dan gericht op de kwalificatie van de overeenkomst.
5.4.2.1 De rol van de op de kwalificatie gerichte partijbedoeling5.4.2.2 De rol van de partijbedoeling in brede zin