Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.5.6.1:2.5.6.1 Temporele aspecten
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.5.6.1
2.5.6.1 Temporele aspecten
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859096:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Asser-Meijers/Van der Ploeg 1967, p. 16, Asser/Perrick 1996, p. 17, Diephuis 1886, p. 56, Klaassen/Eggens & Polak 1956, p. 163, Klaassen-Eggens/Luijten 1989, p. 15, Van der Kemp 1870, p. 22 en Pitlo/Van der Burght 1981, p. 27-28. Weve tekent nog op dat in het Romeinse recht evenmin van onwaardigheid sprake was als de erflater na de verhindering nog de gelegenheid heeft gehad te testeren, Themis Regtskundig Tijdschrift. Vijfde deel 1844, p. 410-411.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Beletten houdt in voorgoed beletten. Dat wil zeggen dat degene die het maken van de uiterste wilsbeschikking belet, deze verhindering moet laten voortduren tot het overlijden van de erflater, althans tot het moment dat de erflater niet meer in staat is om te testeren.1 Met andere woorden: de erflater moet door het beletten geheel niet meer in staat zijn geweest om nog een uiterste wilsbeschikking te maken. Onder het oude recht was deze opvatting reeds communis opinio.2
Het temporele aspect pakt bij het beletten een uiterste wilsbeschikking te maken dus anders uit dan bij het onder dwang maken van een uiterste wilsbeschikking. Dat is verklaarbaar. Bij het beletten was de erflater al voornemens een uiterste wilsbeschikking te maken. Door een niet van zijn wil afhankelijke verhindering, is dit plan niet ten uitvoer gebracht. Zodra de verhindering ophoudt te bestaan, kan de erflater zijn weg vervolgen en alsnog de door hem gewenste uiterste wilsbeschikking tot stand brengen. Het beletten kan worden gezien als tijdelijke onderbreking. Bij het onder dwang maken van een uiterste wilsbeschikking ligt dit anders. Daar komt een uiterste wilsbeschikking tot stand die de erflater in zijn geheel niet heeft gewild, althans niet onder die omstandigheden. Er is een rechtshandeling tot stand gebracht tegen de wil van de erflater. In dat geval is het gerechtvaardigd aan het stilzitten van de erflater ten gunste van hem gevolgen te verbinden.