Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/6.6.2.4
6.6.2.4 Nationale wetgeving
J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193759:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
OPC-Law 2016 (amendment), EU (Amendment) Regulations 2016; Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn nr. 2014/91/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot wijziging van de Icbe-Richtlijn tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) wat bewaartaken, beloningsbeleid en sancties betreft (PbEU 2014, L 257) (Implementatiewet wijziging Richtlijn icbe’s).
CSSF circular 16/644.
Veel van de hiervoor beschreven vereisten voor subbewaarders zijn opgenomen in de Richtlijn. Alleen de additionele vereisten voor bewaarders uit derde landen en de vereisten 4 en 6 uit paragraaf 6.6.2.2 zijn verder uitgewerkt in de Bewaardersverordening. Dat betekent dat de lidstaten de overige eisen zelf dienen te implementeren in de nationale regelgeving. In alle drie de lidstaten zijn de vereisten conform de Richtlijn geïmplementeerd.1 In Luxemburg heeft de toezichthouder een circulaire opgesteld waarin enkele vereisten zijn uitgewerkt en verduidelijkt.2 In de circulaire wordt een onderscheid gemaakt tussen uitbesteding en delegatie. Met de laatste term wordt gerefereerd aan de delegatie van bewaartaken zoals in deze paragraaf beschreven. Hier zijn geen materiële aanvullende verplichtingen over opgenomen. Met uitbesteding wordt gerefereerd aan het uitbesteden van controle- en monitoringtaken. Hier zijn wel enkele aanvullende verplichtingen over opgenomen, deze zijn beschreven in paragraaf 6.6.5.