Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/1.4.4.1
1.4.4.1 Rechtszekerheidsbeginsel
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285331:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Aelen 2014, blz. 12 rekent rechtszekerheid tot de beginselen van behoorlijk toezicht.
De rechtszekerheid wordt bevorderd door duidelijke, heldere en, zo mogelijk, eenvoudige wetgeving (Gribnau 2006, blz. 43). Vergelijk: Van den Heuvel 2018, blz. 24-25 die stelt dat regels kenbaar én duidelijk moeten zijn. Dergelijke regels stellen burgers immers in staat hun fiscale rechtspositie jegens de overheid met een bepaalde mate van zekerheid te bepalen.
Vergelijk: G.H. Addink, Borgen van publieke waarden: behoorlijk of goed bestuur? Bestuurskunde 2011-2, blz. 14.
Konijnenbelt en Van Male oordelen dat het legaliteitsbeginsel eerst en vooral de rechtszekerheid wil bevorderen (Konijnenbelt & Van Male 2014, blz. 38).
Duidelijkheid is een zeer fundamenteel kenmerk van behoorlijke regelgeving (Gribnau 2006, blz. 42).
In zijn evaluatie van de Wet IB 2001 stelt Gribnau dat de burger behoefte heeft aan transparantie, voorspelbaarheid en bestendigheid (Gribnau 2006, blz. 37). Onduidelijke, complexe of snel veranderende belastingwetgeving bevordert de afhankelijkheid van de burger van deskundige adviseurs, hetgeen verlies aan autonomie (zelfredzaamheid) betekent (Gribnau 2006, blz. 38).
Vergelijk: Konijnenbelt & Van Male 2014, blz. 38 en Schlössels & Zijlstra 2017, nr. 17.
Het rechtszekerheidsbeginsel wordt gerekend tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.1 Het rechtszekerheidsbeginsel kent een formele en een materiële kant. Enerzijds moeten de rechten en plichten van betrokkenen kenbaar zijn.2 Anderzijds moeten de regels duurzaam zijn, besluiten worden nageleefd en inbreuken op rechten mogen niet plaatsvinden zonder wettelijke grondslag.3 Met name de materiële kant van het rechtszekerheidsbeginsel is voor de fiscale geheimhouding relevant. Er is sprake van enige overlap met de privacybeginselen en het legaliteitsbeginsel.4 In het kader van dit onderzoek gaat het erom dat (de gevolgen van) de fiscale geheimhoudingsbepaling duidelijk5 en voorspelbaar moet zijn.6 Niet alleen belastingplichtigen, maar ook de inspecteur en derden moeten aan de hand van wet- en regelgeving kunnen nagaan voor welke doeleinden de fiscale gegevens gebruikt kunnen worden en aan welke partijen de gegevens verstrekt kunnen worden. Al deze partijen kunnen hun handelen hierop afstemmen.7