Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/668
Het begrip ‘valse sleutel’ in art. 311 lid 1 onder 5° Sr is niet louter van kwalificatieve aard.
HR 22-05-2018, ECLI:NL:HR:2018:749
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
22 mei 2018
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, V. van den Brink, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
16/03361
- Conclusie
A-G mr. P.C. Vegter
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:749, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 22‑05‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:489, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑03‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑01‑2017
- Wetingang
Essentie
Het begrip ‘valse sleutel’ in art. 311 lid 1 onder 5° Sr is niet louter van kwalificatieve aard. Het verweer dat de dagvaarding nietig is op grond van een onvoldoende feitelijke omschrijving van de tenlastegelegde gedraging, bestaande uit het zich toegang verschaffen door middel van een valse sleutel, hangt samen met waarderingen van feitelijke aard, zodat dit verweer niet voor het eerst in cassatie kan worden gevoerd.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 juni 2016, nummer 20/002269-15, in de strafzaak tegen: [verdachte], adv.: mr. L.E.G. van der ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.