Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/10.5.4.5
10.5.4.5 Aansprakelijkheid van de werknemer die een grondverzetmachine bestuurt (2015)
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS343666:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De gedupeerde kan beide wegen bewandelen en kan voorts kiezen om de schilder niet zelf aan te spreken en uitsluitend de werkgever aan te spreken. Als de schilder door de gedupeerde wordt aangesproken, kan deze zich op grond van art. 6:257 BW (de blokkering van de ‘paardensprong’) jegens de opdrachtgever wel beroepen op eventuele exoneratieclausules die de schildersonderneming met deze opdrachtgever is overeengekomen. Mocht hem dat niet baten dan kan de schilder ex art. 6:170 lid 3 jo. art. 6:10 lid 2 BW regres nemen op de schildersonderneming.
Olden 2015 als reactie op mijn voordracht tijdens het Ondernemingsrechtdiner 2015 waarvan Westenbroek 2015b een uitgebreidere onderbouwing vormt.
Daar lijkt Olden 2015 kennelijk anders over te denken.
Olden1 gebruikte in 2015 het voorbeeld van een werknemer die met een grondverzetmachine een stroomkabel op de Zuidas kapot trekt. Olden stelde – aan de hand van de rechtspraak van de Hoge Raad over externe bestuurdersaansprakelijkheid – dat de werknemer schadeplichtig zou zijn jegens derden omdat hij primair een onrechtmatige daad zou begaan, maar dat dit bij de bestuurder anders zou liggen omdat de onrechtmatige gedraging van de bestuurder primair een daad van de rechtspersoon zou zijn. Terwijl ik niet vermag in te zien waarom een bestuurder beter beschermd zou moeten worden dan een werknemer (het dunkt mij dat de maatschappij dat evenmin zou begrijpen),2 mist het voorbeeld de nodige nuance die blijkt uit eerdergenoemd arrest Staat en Van Hilten/M. De werknemer die de stroomkabel op de Zuidas kapottrekt, zal namelijk pas persoonlijk aansprakelijk zijn wanneer zijn eigen gedraging (namelijk het op een bepaalde manier bedienen van de grondverzetmachine) als een normschending kan worden gezien jegens een derde. Indien het kapottrekken van de kabel het gevolg is van het opvolgen van de instructies van zijn werkgever (die hem bijvoorbeeld heeft voorzien van onvolledige bouwtekeningen), terwijl hij zelf geen (beroeps)norm heeft geschonden (naar ik begrijp duurt de opleiding Machinist Grondverzet gemiddeld twee jaar en is deze gebaseerd op het MBO diploma niveau 3 “Machinist grondverzet”), zal hij niet zelf op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk zijn. Hem treft dan immers geen gewone schuld van de schade, ook al is hij feitelijk degene die de stroomkabel kapot heeft getrokken. Dat is juist zo goed uitgelegd in het eerdergenoemde arrest Staat en Van Hilten/M. De werkgever zal in dat geval ook niet aansprakelijk kunnen zijn op grond van art. 6:170 BW, omdat dit artikel immers vereist dat sprake is van een onrechtmatige gedraging van de werknemer. De werkgever zal echter wel aansprakelijk zijn op grond van het toerekeningsleerstuk.3