Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.5:6.5 Het bedrijfsbegrip naar de strekking van art. 6:181 zelf
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.5
6.5 Het bedrijfsbegrip naar de strekking van art. 6:181 zelf
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS301655:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij het feit dat de uitleg van het bedrijfsbegrip van art. 6:181 vandaag de dag nog niet volledig uitgekristalliseerd is, komt mijns inziens dat het niet juist is te dien aanzien een verband te leggen met art. 6:171, meer in het bijzonder de restrictieve ‘eenheidsgedachte’ die deze bepaling kenmerkt. Art. 6:181 gaat ten opzichte van art. 6:171 immers zijn eigen weg en volgt het spoor van het ‘royale’ art. 6:170.1 En waar voor de ruime uitleg van de term ‘bedrijf’ in art. 6:171 geldt dat deze vanwege het ‘uitzonderlijke’ karakter van deze aansprakelijkheid toch in zekere mate beperkt is, bestaat hiervoor geen aanleiding bij de ruime uitleg van het bedrijfsbegrip van art. 6:181. Art. 6:181 heeft immers geen ‘uitzonderingskarakter’, maar staat in de verhouding met de bezittersaansprakelijkheden uit art. 6:173, 174 en 179 juist ‘voorop’.2 Ook heeft art. 6:181, anders dan art. 6:171, vanuit Europees perspectief niet als ‘buitenbeentje’ te gelden.3 In dit licht is de toelichting van de wetgever op het bedrijfsbegrip van de art. 6:171 en 181tezamen sterk voor relativering vatbaar. Hier komt nog bij dat de bedoelde toelichting, gelet op de daarin gegeven voorbeelden, in overwegende mate in de sleutel lijkt te staan van de aansprakelijkheid voor hulppersonen (en niet (ook): hulpzaken). In mijn ogen heeft de totstandkomingsgeschiedenis, door het daarin voor de uitleg van art. 6:181 ogenschijnlijk ‘aanhaken’ bij art. 6:171,4 de rechtspraktijk – mogelijk onbedoeld – op het verkeerde been gezet. De waarde voor art. 6:181 van hetgeen in de wetsgeschiedenis over de art. 6:171 en 181 gezamenlijk is opgemerkt, moet volgens mij vooral worden gezocht in dat wat voor het bedrijfsbegrip van (het restrictieve) art. 6:171 opgaat op zijn minst geldt voor het bedrijfsbegrip van (het ruimhartiger) art. 6:181. Naast het signaal uit de wetsgeschiedenis dat ‘bedrijf’ in de zin van zowel art. 6:171 als 181 ruim moet worden uitgelegd, is in mijn ogen vooral belangrijk dat daaruit volgt dat deze in beide bepalingen voorkomende wetsterm uitgelegd moet worden ‘in het licht van de strekking van die bepalingen zelf’.5 Dat laat namelijk ruimte voor een eigen, van elkaar verschillende interpretatie van de(zelfde) term ‘bedrijf’ al naar gelang het om art. 6:171 of art. 6:181 gaat.
6.5.1 De visie van de wetgever overtuigt niet6.5.2 De beroepsbeoefenaar6.5.3 De overheid6.5.4 Andere ‘organisaties’ dan bedrijf, beroep en overheid