Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.1.1:2.3.1.1 Opzettelijk misdrijf
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.1.1
2.3.1.1 Opzettelijk misdrijf
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859261:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als bij artikel 4:3 lid 1 sub a BW is opzet vereist. Hoewel dood door schuld, bestaande uit roekeloosheid (art. 307 lid 2 BW), voldoet aan het vierjaarscriterium, valt het dus niet onder deze onwaardigheidsgrond.1
Overtredingen tellen om twee redenen niet mee. Enerzijds bepaalt de wet expliciet dat het moet gaan om een misdrijf en anderzijds is de strafbedreiging bij overtredingen niet hoog genoeg. Er bestaan geen overtredingen waar een maximale vrijheidsstraf op staat van ten minste vier jaren.
Artikel 4:3 lid 1 sub a BW stelt niet als voorwaarde dat het moet gaan om een misdrijf. Het Wetboek van Strafrecht kent echter geen overtredingsvariant als het gaat om het ombrengen van een persoon. Alle delicten die vallen onder de eerste onwaardigheidsgrond zijn dan ook misdrijven. Dat betekent dat deze delicten niet alleen voldoen aan het vierjaarscriterium dat artikel 4:3 lid 1 sub b BW stelt, maar ook aan de kwalificatie ‘misdrijf’.2