Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/5.19:5.19 Samenvattende conclusies
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/5.19
5.19 Samenvattende conclusies
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977095:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de Wet op de basisvorming (1992) heeft het vak geschiedenis en staatsinrichting in de kerndoelen de opdracht leerlingen toe te rusten met historische en staatkundige kennis, inzichten en vaardigheden. In 1990 is maatschappijleer in het algemene deel van elk profiel vwo/havo met een schoolexamen ingericht. Het keuze-examenvak maatschappijleer 2 kent vanaf 1997 een centraal schriftelijk examen. Hiermee zijn de aanzetten gegeven tot een herkenbare positie van de maatschappijleervakken als burgerschapsvorming.
In 1998 is de Wpo in werking getreden. De curriculumposities van de kennisgebieden maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting, geschiedenis en geestelijke stromingen zijn ongewijzigd. Ook in 1998 is het vmbo ingevoerd. Maatschappijleer is verplicht in alle sectoren. Het profiel zorg & welzijn bevat het keuzevak maatschappijleer II. Op 1 augustus 2016 zijn tien vmbo-profielen ingevoerd in plaats van de intrasectorale programma’s. Maatschappijleer is verplicht en maatschappijkunde is keuzevak in het profiel zorg & welzijn. Burgerschapsvorming is onder staatsinrichting en maatschappijleer begrepen.
De commissie-De Rooy (1999) brengt mede op basis van de adviezen van de commissie-De Wit (1997) in 2001 het rapport Verleden, heden en toekomst uit met uitgeschreven curriculumvoorstellen voor de vakken geschiedenis en maatschappijleer, geschiedenis en staatsinrichting, en geschiedenis vwo/havo. Deze kunnen ten grondslag worden gelegd aan het inrichten van de kerndoelen en de (eindtermen in) examenprogramma's.
In 2001 verschijnen voorstellen voor de vernieuwing van de kerndoelen voor het leergebied mens & maatschappij (basisvorming) en in 2002 voor het leergebied oriëntatie op jezelf en de samenleving (primair onderwijs). Er is voor burgerschapsvorming geen expliciete aandacht. Het blijft zoals het was. De vakken staatsinrichting en maatschappijleer beogen mede burgerschapsvorming, evenals de vakken geschiedenis en staatsinrichting, economie en aardrijkskunde, wat in de examenprogramma’s tot uitdrukking is gebracht.
In 2002 verkent de Onderwijsraad in Samen leren leven de invulling van de noties burger en burgerschap in een neoliberale samenleving. In 2003 is in het advies Onderwijs en burgerschap burgerschapsvorming aanbevolen op drie Hegeliaanse niveaus: (a) microniveau (thuis, school), (b) mesoniveau (buurt, vereniging) en (c) macroniveau (politiek of staatsburgerschap). De raad kiest niet voor een vak burgerschapscompetenties en -kennis. Burgerschapsvorming behoort in het schoolcurriculum ten einde het schoolklimaat te democratiseren. De voorstellen van de commissie-De Rooy vormen een goed werkbare basis.
De wetgever staat, naar aanleiding van de reactie van de VSNU, niet meer achter het besluit tot invoering in 2003 van het vak geschiedenis en maatschappijleer in plaats van het politiek afgewezen vak mens- en maatschappijwetenschappen. De algemene maatschappelijke en politieke oriëntatie krijgt daarin onvoldoende invulling. Als compromis blijft het vak maatschappijleer verplicht met een schoolexamen. Staatsinrichting en het door de commissie-De Rooy voorgestelde curriculum voor het beoogd in te voeren vak geschiedenis en maatschappijleer (2001) vormen de kern. Eerst vanaf 2005 vindt codificatie van burgerschapsvorming in de sectorwetgeving plaats.