Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/740
Gedemonteerde staat of ontbreken van onderdelen van een vuurwapen brengt niet mee dat de bestemming daarvan als vuurwapen ontbreekt.
HR 20-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:936
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 juni 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, J.C.A.M. Claassens, T.B. Trotman
- Zaaknummer
21/04545
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:936, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:594, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑05‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑10‑2022
- Wetingang
Essentie
De opvatting dat geen sprake kan zijn van een vuurwapen als bedoeld in artikel 1.3 Wet wapens en munitie als verschillende onderdelen van het vuurwapen ontbreken, is in haar algemeenheid onjuist.
Samenvatting
Het cassatiemiddel berust op de opvatting dat geen sprake kan zijn van een vuurwapen als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder 3° WWM indien verschillende onderdelen van dat vuurwapen ontbreken. Die opvatting is in haar algemeenheid onjuist. Het gaat er immers om of een voorwerp bestemd of geschikt is om projectielen of stoffen door een loop af te schieten. De enkele ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.