Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/731
Arbeidsrecht. Uitbetaling opgebouwde, maar niet-genoten vakantiedagen; zorg- en informatieverstrekkingsplicht werkgever; verjaring (art. 7:642 BW)?; HvJ EU 22 september 2022, ECLI:EU:C:2022:718 (LB).
HR 23-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:955
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 juni 2023
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
22/03486
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:955, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:93, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑01‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑09‑2022
- Wetingang
Art. 7:642 BW; art. 7 Richtlijn 2003/88; art. 31 lid 2 Handvest grondrechten EU
Essentie
Arbeidsrecht. Uitbetaling opgebouwde, maar niet-genoten vakantiedagen; zorg- en informatieverstrekkingsplicht werkgever; verjaring (art. 7:642 BW)?; HvJ EU 22 september 2022, ECLI:EU:C:2022:718 (LB).
Samenvatting
In het arrest LB heeft het HvJ EU (22 september 2022, ECLI:EU:C:2022:718) geoordeeld dat art. 7 Richtlijn 2003/88 en art. 31 lid 2 Handvest grondrechten EU aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling op grond waarvan het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon dat een werknemer over een referentieperiode heeft verworven, verjaart aan het einde van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.