Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/726
Internationaal privaatrecht. Rechter woonplaats moedervennootschap o.g.v. art. 8 punt 1 Verordening Brussel I-bis bevoegd kennis te nemen van vordering tot schadevergoeding jegens Griekse dochtervennootschap wegens inbreuk op nationaal en Europees mededingingsrecht? Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan HvJ EU.
HR 23-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:965
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 juni 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
21/02116
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:965, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑06‑2023
ECLI:NL:HR:2023:660, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 21‑04‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:689, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑07‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑08‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑05‑2021
- Wetingang
Essentie
Internationaal privaatrecht. Rechter woonplaats moedervennootschap o.g.v. art. 8 punt 1 Verordening Brussel I-bis bevoegd kennis te nemen van vordering tot schadevergoeding jegens Griekse dochtervennootschap wegens inbreuk op nationaal en Europees mededingingsrecht? Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan HvJ EU.
Samenvatting
De bevoegdheidsregel van art. 8 punt 1 Verordening Brussel I-bis strekt ertoe een goede rechtsbedeling te vergemakkelijken, parallel lopende processen zo veel mogelijk te beperken en dus te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven. Omdat met deze bevoegdheidsregel wordt afgeweken van de hoofdregel van Verordening Brussel I-bis dat de rechter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.