Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/4.3.4
4.3.4 Een veroordeling tot nakoming zonder dwangsom
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS377512:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Hartkamp 2004 (44), nr. 640.
Voor Nederland Asser/Hartkamp 2004 (4-I), nr. 640 en 643; en Stein 1988, p. 347; voor Frankrijk Viney 2001, p. 186; voor Engeland Peel 2007, nr. 21-035, p. 1111-1112; voor Duitsland § 765a ZPO.
Zie par. 9.3.2.
Voor Frankrijk, Terré, Simler & Lequette 2005, nr. 1123, p. 1072; voor Duitsland Zéller-Stéber 2007, § 888, nr. 17-19; Hartmann 2007, § 888, nr. 21-25. Het Engelse recht kent geen met een dwangsom te vergelijken dwangmiddel.
Bijv. Debily 2002, nr. 429, p. 441-442; zie ook art. 1154 alinea 2 Avant-Projet de reforme du droit des obligation et du droit de la prescription 2005.
Vgl. voor Nederland Jongbloed 1987, p. 34-35; Jongbloed 2007, p. 65; Jongbloed 1991, p. 3 en 67-70. Voor Frankrijk Chabas 1998, nr. 948, p. 1031-1032; Hubrecht 1970, p. 198; Debily 2002, nr. 434-439, p. 446-452; en Wéry 1993, nr. 59, p. 79-80.
In die richting gaat ook Hartkamp, alhoewel niet geheel duidelijk is of dit type verbintenissen volgens Hartkamp in de weg staat aan een veroordeling tot nakoming of alleen aan het afdwingen van de veroordeling, zie Asser/Hartkamp 2005 (4-II), nr. 45b. Smits gaat ervan uit dat een schuldenaar van een verbintenis tot (hoogst)persoonlijke dienstverlening (i.c. een naaktmodel dat zich verbindt in een tijdschrift te zullen poseren in een setting die als harde porno is te kwalificeren) zich steeds moet kunnen bevrijden van de overeenkomst, maar dat hij schadevergoeding moet betalen als zijn alsnog opgekomen bezwaren niet oprecht zijn (bijv. hij gaat voor de concurrent werken), zie Smits 2003a, p. 100.
Stein/Jonas-Brhem 2004, § 888, nr. 16. In dezelfde zin Lackmann 2007, § 888, nr. 6: Nach Abs. 1 S. 1 (van § 888, DB), dürfen Zwangsmittel dann nicht verhängt werden, wenn die Handlung ausschlieβlich vom Willen des Schuldners abhängig ist. Dies ist der Fall bei höchstpersönlichen Leistungen, etwa wenn die Vornahme der Handlung besondere künstlerische oder wissenschaftliche Fähigkeiten voraussetzt, also nicht nur vom Willen abhängig ist.'
Sharpe 1992, nr. 7.510; Debily 2002, nr. 430, p. 442; en Jongbloed 1987, p. 34.
Of zoals de Engelsen zeggen: `One can bring a horse to the water, but nobody can make him drink.' Voor de nakoming van een hoogstpersoonlijke verbintenis zijn fricties tussen partijen funest, omdat het de samenwerking verstoort, zie Furmston 2007, p. 801; en Birks 2000b, nr. 18.179, p. 871.
Een verbintenis om (op hoog niveau) te voetballen is m.i. hoogstpersoonlijk vanwege de impact op de fysieke energie van de voetballer. In de wereld van het betaalde voetbal is de praktijk zo dat als een voetballer weg wil bij zijn club maar hij een daartoe aangespannen arbitrage verliest, de relatie meestal zo verslechterd is, dat de club doorgaans toch met de transfer instemt vanwege de verstoorde arbeidsrelatie, zoals bijv. FC Groningen dat uiteindelijk toch instemt met de transfer van Suarez en later Silva naar Ajax. En Ajax die na het winnen van een arbitragezaak Frank en Ronald De Boer toch naar Barcelona laat gaan. Ook komt het voor dat voetballers, die er niet in slagen het contract met hun club te verbreken, eieren voor hun geld kiezen en voor hun oude club blijven spelen, zoals Hatm Trabelsi bij Ajax na een mislukte transferpoging van Arsenal, en Alves voor FC Heerenveen. Uitzonderlijk in het conflict tussen Trabelsi en Ajax was dat Trabelsi ruim 8 maanden heeft geweigerd om voor Ajax te spelen. Het is nooit duidelijk geworden of deze werkweigering was ingegeven door onwil van de voetballer, of (ook) aan een blessure lag.
Het Engelse recht laat zien dat de grens tussen aanvaardbare dwang en onaanvaardbare dwang niet altijd scherp te trekken is. In het standaardarrest Lumley v Wagner (1852) 1 GM & G, p. 619 heeft de Court of Appeal een `injunction' (rechterlijk verbod) gegeven ter voorkoming dat een zangeres haar verplichting zou schenden om voor een ander operahuis te zingen dan het 'Her Majesty's Theatre' waarmee zij was overeengekomen een opera uit te voeren. Indirect was het verbod om voor een ander operahuis te zingen uiteraard wel een stimulans om het contract met het eerste operahuis na te komen. De druk van een `injunction' op de schuldenaar mag echter niet zo groot zijn, dat de schuldenaar feitelijk wordt gedwongen de positief geformuleerde contractsverplichtingen te voldoen, zie Provident Financial Group pic and another v Hayward [1989] 3 All ER CA 298, op p. 304; en Jones & Goodhart 1996, p. 170-171 en 178-181.
Unidroit Principles 2004, p. 212 en Lando & Beale 2000, p. 397. Zie par. 4.3.1, par. 4.3.2 en par. 4.3.3.
Het derde argument uit de PECL en het Unidroit verdrag, de veroordeling tot nakoming kan niet voldoende nauwkeurig geformuleerd worden, speelt in de fase van de tenuitvoerlegging geen rol.
In dezelfde zin, Blaauw 1980, p. 6; en Van Opstall 1976, p. 126. Vgl. ook Verkade 1984, p. 570-571, noot 37, die in de woorden 'de aard van de verplichting' van art. 3:296 alleen een restrictie ziet met betrekking tot executiedwang.
Wéry 1993, nr. 151, p. 206-208; en Wéry 2001, p. 215.
Pothier 1848, p. 69.
Vgl. Van Opstall 1948, p. 7 die ervan uitgaat dat onder omstandigheden een veroordeling tot nakoming mogelijk is, zonder dat die veroordeling executabel is. De schuldeiser resteert in dat geval slechts een recht op vervangende schadevergoeding.
Zie Spry 2001, p. 119-125 voor een gedetailleerde bespreking van de hoofdregel en de uitzonderingen.
Sec. 114, 115 jo sec. 236 jo. sec. 295(1) Employment Rights Act 1996. In Hill v C.A. Parsons & Co. Ltd [1971] 3 All ER CA 1345 werd een werkgever veroordeeld om na een onregelmatig ontslag zijn werknemer weer in dienst te nemen, omdat vaststond dat het ontslag de goede verhouding tussen partijen niet had verstoord.
Treitel 2004a, nr. 27-01, p. 1532-1533.
Van Nispen 1978, nr. 177, p. 305.
Vgl. ook Schelhaas 2004, p. 442-452 die de brede toepassing van een aansporend contractmechanisme, de contractuele boete, bepleit
Vgl. Van Opstall 1976, p. 126.
Schelhaas 2004, p. 450.
Ulen 1984, p. 400.
Het hoogstpersoonlijke karakter van een verbintenis lijkt zich naar geldend recht niet te verzetten tegen het verbeuren van een contractuele boete. Zelfs in arbeidsverhoudingen is een contractuele boete toegestaan (art. 7:650), maar een dwangsom niet (art. 7:659). Schelhaas merkt het hoogstpersoonlijke karakter van de verbintenis niet op als matigingsgrond voor de boete, zie Schelhaas 2004, p. 86-99. De verhouding tussen de aard van de verbintenis, de dwangsom en de contractuele boete leent zich voor vervolgonderzoek.
Indien de schuldenaar na een veroordeling tot nakoming niet tot nakoming bereid is, zal hij zich m.i. ook van zijn verbintenis kunnen bevrijden door vervangende schadevergoeding te betalen vóórdat het door de rechter bepaalde moment is verstreken waarop de primaire verbintenis wordt omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Op deze wijze kan hij eventuele vertragingsschade voorkomen.
Wéry 1993, nr. 151, p. 208.
Laithier 2004, nr. 48, p. 75. Vgl. Asser/Hartkamp 2004 (4-I), nr. 640: 'Daar elke veroordelend vonnis dient te worden nagekomen, mogen wij voorop stellen dat, zo enigszins mogelijk, de veroordeling tot nakoming moet kunnen worden tenuitvoergelegd.'
Zo ook Drion (1962) 1982, p. 105. Vgl. ook Jongbloed 1987, p. 8, die een veroordeling tot nakoming niet afhankelijk wil maken van het al dan niet mogelijk zijn van de executie van die veroordeling. Zie ook par. 8.2.6.
Ontkennend Wéry 1993, nr. 151, p. 207: 'Impossibilité d'exécution forcée en nature ne signifie donc point impossibilité pour le juge d'enjoindre au débiteur de s'exécuter en nature ! (...) A supposer que l'exécution forcée en nature soit in casu possible, il n'en demeure pas moins encore toute une panoplie de sanctions dont le juge pourra, á la requête du créancier, assortir la prescription de sa sentence. Par la pression qu'elles feront peser sur la volonté du débiteur, celles-ci renforceront utilement l'effectivité du jugement de condamnation en incitant sont destinataire à s'y conformer.'
Gesteld dat de schuldenaar van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke verbintenis tot nakoming kan worden veroordeeld, kan de schuldeiser die veroordeling dan ook ten uitvoer leggen?
Het uitoefenen van fysieke dwang op de schuldenaar om hem tot nakoming aan te zetten is in zijn algemeenheid al een uitzonderlijk dwangmiddel,1 maar bij een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening is dit dwangmiddel in alle onderzochte rechtsstelsels uitgesloten.2 Evenmin is er plaats voor de rechterlijke machtiging, nu de hoogstpersoonlijke verbintenis waartoe de schuldenaar zich heeft verbonden niet door een derde kan worden uitgevoerd. Een hoogstpersoonlijke verbintenis is immers een verbintenis die onlosmakelijk met de persoon van de schuldenaar is verbonden.3
Kan de schuldeiser een veroordeling tot nakoming verkrijgen van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening versterkt met een dwangsom?
Naar Frans en Duits recht wordt deze vraag in beginsel ontkennend beantwoord.4 De (psychologische) druk die de dwangsom bij de schuldenaar teweegbrengt wordt beschouwd als een onaanvaardbare inbreuk op de vrijheid van de schuldenaar.5
Nederlandse en Franse auteurs hebben de opvatting verdedigd dat de rechter een dwangsom moet kunnen koppelen aan een veroordeling tot nakoming van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening. De gedachte is dat de dwangsom toelaatbaar is omdat een dwangsom, anders dan fysieke dwang, geen directe inbreuk op de persoonlijke vrijheid van de schuldenaar maakt. De schuldenaar behoudt in ieder geval zijn (lichamelijke) vrijheid als hij de veroordeling totseert.6
Mijns inziens dient een veroordeling tot nakoming van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening niet te worden gekoppeld aan een dwangsom. Ondanks het feit dat de schuldenaar zich contractueel heeft verbonden tot het verrichten van de hoogstpersoonlijke prestatie verzet de persoonlijke vrijheid van de schuldenaar zich tegen de toepassing van dit externe pressiemiddel. De verbintenis raakt zo direct aan het persoonlijkheidsrecht van de schuldenaar dat zij zich er niet toe leent om door dwangmiddelen te worden afgedwongen.7 Het breken van de wil van de schuldenaar om een prestatie te verrichten die zo samenhangt met zijn persoon is mijns inziens onaanvaardbaar. Voorts vergt nakoming van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening de inzet van hoogstpersoonlijke kwaliteiten van de schuldenaar en kunnen derden niet met zekerheid vaststellen of de schuldenaar daadwerkelijk over die kwaliteiten beschikt. Dit is dan ook een van de redenen waarom naar Duits recht geen dwangsom (§ 888 ZPO) wordt verbonden aan een veroordeling tot nakoming van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening:8
§ 888 scheidet aus, wenn die Handlung besondere individuelle Fahigkeiten kansderischer oder wissenschaftlicher Art voraussetzt, da diese beim Schuldner fast nie sicher festzustellen waren und durch ungenagende Ausfahrung widerlegt werden würden.
Bovendien zal dwang mogelijkerwijs niet het gewenste effect hebben, omdat de verhouding tussen partijen zo gebrouilleerd is dat een succesvolle uitvoering van de veroordeling hierdoor wordt gehinderd.9 Met onwillige honden is het kwaad hazen vangen.10 Voorts bestaat de kans dat een dwangsom de schuldenaar weliswaar onder druk zet om de verbintenis uit te voeren, maar dat het dwangaspect juist de correcte nakoming frustreert.11 Dwang en (creatieve of intellectuele) vrijheid gaan nu eenmaal moeilijk samen.12 Zoals in de voorgaande paragrafen is toegelicht, verzetten de aan de PECL en Unidroit Principles ontleende argumenten zich niet tegen de veroordeling tot nakoming als zodanig.13 Twee van de drie argumenten hebben echter wel overtuigingskracht in de fase van de tenuitvoerlegging. Zowel vanwege de inbreuk op de persoonlijke vrijheid van de schuldenaar, als het contraproductieve effect van dwang dient een dwangsom bij een veroordeling tot nakoming van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening mijns inziens achterwege te blijven.14
De niet-toepasselijkheid van de dwangsom, neemt echter niet weg dat de rechter de schuldenaar in beginsel wel kan veroordelen tot nakoming van de verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening.15 Volgens Wéry,16 geïnspireerd door Pothier,17 dient de rechter in plaats van een dwangsom (of een ander executiemiddel) te bepalen dat, indien de schuldenaar niet binnen een bepaalde tijd de verbintenis nakomt, de verbintenis wordt omgezet in een subsidiaire veroordeling tot schadevergoeding.18 De veroordeling tot nakoming onderstreept de contractsband en het pacta sunt servanda-beginsel. In het Engelse recht komt een vergelijkbare tussenoplossing voor bij de vordering tot nakoming van een werknemer tot werkhervatting na een onregelmatig ontslag. Hoewel verbintenissen die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten naar Engels recht in beginsel niet met een veroordeling tot nakoming afdwingbaar zijn,19 kan de Engelse rechter de werkgever onder omstandigheden wel veroordelen om de werknemer weer in dienst te nemen.20 Deze veroordeling is echter niet voor tenuitvoerlegging vatbaar en de weigering van de werkgever hieraan gehoor te geven, resulteert in een aanspraak van de werknemer op vervangende schadevergoeding.21 Deze oplossing spreekt mij aan. De rechter zou de schuldenaar van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening in beginsel wel tot nakoming moeten kunnen veroordelen. Ook Van Nispen ziet ruimte voor een veroordeling tot nakoming van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening:22
Ik zie niet in waarom ten aanzien van sommige persoonlijke verplichtingen — waarbij dan in de eerste plaats zou moeten worden gedacht aan die om een min of meer artistieke prestatie te verrichten — een rechterlijk bevel tot naleving principieel dient te worden uitgesloten. Inderdaad is soms de gezindheid waarmee de verbintenis wordt voldaan zo bepalend voor het resultaat dat het belang van de crediteur niet daadwerkelijk gebaat kan zijn bij de levering van een afgedwongen prestatie. In zo'n geval is het juist om af te zien van dreiging met executiemaatregelen maar dan nog gaat van een veroordeling op zichzelf een morele pressie op de debiteur uit en tegen dit laatste valt toch geen steekhoudend bezwaar aan te voeren.
Bij het uitspreken van de veroordeling dient de rechter, mits gevorderd, mijns inziens tevens te bepalen dat als naleving van de veroordeling binnen een door de rechter bepaalde tijd uitblijft, de schuldenaar schadevergoedingsplichtig is voor vervangende schadevergoeding en vertragingsschade. Indien mogelijk dient de rechter het schadebedrag reeds op het moment van de veroordeling te begroten.
De vraag dient zich aan wat een schuldeiser heeft aan een veroordeling tot nakoming die hij niet ten uitvoer kan leggen. Heeft het enige toegevoegde waarde in vergelijking met de situatie dat de schuldeiser direct een actie tot schadevergoeding moet instellen, omdat de schuldenaar zich met succes tegen nakoming verweert met de stelling dat de aard van de verbintenis zich tegen een veroordeling tot nakoming verzet?
De veroordeling tot nakoming op 'straffe van' betaling van vervangende schadevergoeding heeft als voordeel dat de uitspraak de schuldenaar ertoe kan bewegen de hoogstpersoonlijke prestatie alsnog te verrichten.23 Hofmann schrijft over het nut van een veroordeling tot nakoming•24
Denkbaar is toch dat de schuldenaar door de uitspraak van de rechter overtuigd dat hij tot presteren gehouden is, daartoe overgaat zonder dat dwangmiddelen worden toegepast, of dat die uitspraak hem er toe brengt tot presteren over te gaan uit vrees dat bij gebreke daarvan de verbintenis zal worden omgezet in een verplichting tot vervangende schadevergoeding, welke omzetting veelal voor hem nadelig is (...).
Een soortgelijke functie ziet Schelhaas weggelegd voor het schadefixerende boetebeding:25
Het — niet primair nagestreefde — effect van een zuiver schadefixerend boetebeding [kan] ook tot nakoming stimuleren omdat de debiteur van tevoren weet dat hij een bepaalde geldsom moet betalen als hij tekortschiet.
Voorts kan de schuldenaar, als hij ertoe overgaat de veroordeling tot nakoming na te leven, een zelfstandig belang hebben bij de correcte uitvoering daarvan. Zo meent Ulen dat de professionele standaard van een artiest hem ervan zal weerhouden broddelwerk te leveren:26
(...) the force of competition may temper the defendant's urge to misperform in some mannen A., for example, must take care for his future employability on the stage (...) and this fact may spur him to produce as creditable a Hamlet as if he were acting for the sheer love of it, rather than under threat of contempt of court.
In tegenstelling tot een (hoge) dwangsom veroorzaakt de 'subsidiaire' veroordeling tot schadevergoeding geen onaanvaardbare druk voor de schuldenaar. Schadevergoeding heeft anders dan een dwangsom geen cumulatief effect. Een schuldenaar die een dwangsom verbeurt, is de dwangsom verschuldigd naast de hoofdverbintenis. De vervangende schadevergoeding daarentegen treedt in de plaats van de primaire verbintenis. Anders dan de dwangsom dient de vervangende schadevergoeding bovendien alleen ter compensatie van het door de schuldeiser geleden nadeel en heeft schadevergoeding geen punitieve of aansporende functie.27 De prikkel die van de dreigende omzetting uitgaat, zal dan ook aanmerkelijk minder sterk zijn dan de prikkel die van een (hoge) dwangsom uitgaat. Een voorwaardelijke veroordeling tot nakoming is bovendien niet nadeliger dan wanneer de schuldenaar zonder voorafgaande veroordeling tot nakoming door de rechter tot vervangende schadevergoeding zou worden veroordeeld. De mogelijkheid om al dan niet gehoor te geven aan de veroordeling tot nakoming vergroot slechts zijn keuzemogelijkheid.28 De voorwaardelijke veroordeling tot schadevergoeding vormt een milde prikkel om gehoor te geven aan de veroordeling tot nakoming. Wéry schrijft:29
La perspective d'avoir à payer des dommages et intérêts par jour de retard dans l'exécution de
la décision peut-elle produire, elle aussi, un effet dissuasif sur le cocontractant récalcitrant.
Een mogelijk nadeel van de niet-executabele veroordeling tot nakoming is dat het gezag van het rechterlijk oordeel kan worden geschaad, indien de veroordeling tot nakoming niet tenuitvoer kan worden gelegd.30 De extra nakomingsprikkel die de veroordeling creëert, weegt mijns inziens echter zwaarder dan de mogelijkheid dat de niet-executabele veroordeling afbreuk kan doen aan het gezag van rechterlijke uitspraken.31 Bovendien kan men zich afvragen of een veroordeling tot nakoming die bij niet-naleving oplost in de verplichting schadevergoeding te betalen, afbreuk doet aan het gezag van de rechterlijke uitspraken.32 Hoewel de veroordeling geen kracht kan worden bijgezet met dwangmiddelen staat de schuldeiser niet met lege handen, omdat de executabele 'voorwaardelijke' veroordeling' tot schadevergoeding automatisch in werking treedt. Het negeren van de veroordeling blijft voor de schuldenaar derhalve niet zonder gevolgen.