Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/3.3.5
3.3.5 Stemklassen
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197888:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2 lid 1 sub 2 Richtlijn.
Zie ook par. 6.5.11.1. Onder de WHOA is een indirecte wijziging van aandeelhoudersrechten mogelijk.
Art. 8 lid 1 sub c en sub e Richtlijn.
Overweging 44 Richtlijn.
Zie Tollenaar 2016, par. 4.3.
Art. 9 lid 4 Richtlijn.
Zie ook Orbán 2018, p. 232.
Zie Tollenaar 2016, p. 110 die aangeeft dat een focus op belangen niet mogelijk is. Zie ook Orbán 2018.
Orbán 2018, p. 232. Zie verder par. 4.3.3.
Veder & Mennens 2018, par. 4.4.1.
Zie vergelijkbaar Tollenaar 2017, p. 68.
McCormack 2017a, p. 550 spreekt van zakelijke, juridische of persoonlijke redenen voor een splitsing. Lidstaten treffen passende maatregelen om kwetsbare schuldeisers te beschermen, zoals kleine leveranciers (zie art. 9 lid 4 Richtlijn).
Art. 8 lid 1 sub d Richtlijn.
Overweging 44-46 Richtlijn.
Par. 4.3.3, par. 5.4.3 en par. 6.5.3.
Art. 9 lid 4 Richtlijn.
Overweging 58 Richtlijn.
Zie par. 4.3.3, par. 5.4.3 en par. 6.5.3.
Art. 9 lid 4 Richtlijn.
Overweging 45 Richtlijn.
Art. 9 lid 5 Richtlijn.
Art. 9 lid 5 Richtlijn.
Zie par. 4.3.3. Een groot voorstander van rechterlijke betrokkenheid in een beginstadium van de procedure is Payne, zie Payne 2018a, p. 141.
§231 InsO. Zie par. 5.4.2.4.
Art. 378 WHOA. Zie par. 6.5.2.5.
Een belangrijk onderdeel van de akkoordprocedure is de indeling in verschillende stemklassen van schuldeisers en aandeelhouders die betrokken zijn bij het akkoord. De aanbieder van het akkoord bepaalt wie hij betrekt bij het akkoord. Schuldeisers en aandeelhouders zijn ‘betrokken partijen’ wanneer hun vorderingen respectievelijk rechten door het akkoord rechtstreeks worden getroffen.1 Een verdere uitleg ontbreekt. De toevoeging ‘rechtstreeks’ suggereert dat een daadwerkelijke wijziging in de vorderingen of de rechten moet plaatsvinden. Een indirecte wijziging van aandeelhoudersrechten, zoals een aandelenverwatering, is mijns inziens echter ook een (vergaande) aantasting van rechten en maakt aandeelhouders ‘betrokken partijen’.2 In het akkoord moet zijn opgenomen welke (categorieën van) schuldeisers en/of aandeelhouders betrokken zijn en wie niet, alsmede de reden waarom bepaalde schuldeisers of aandeelhouders niet betrokken zijn.3
Een klassenindeling dient als waarborg dat een akkoord vergelijkbare rechten hetzelfde behandelt en dat niet op een onredelijke wijze afbreuk wordt gedaan aan de rechten van de bij het akkoord betrokken schuldeisers en aandeelhouders.4 Ook dient de klassenindeling als rechtvaardiging voor het binden van een tegenstemmende minderheid van schuldeisers en aandeelhouders aan een meerderheidsbeslissing.5 De norm die de Richtlijn voor de klassenindeling hanteert, is dat de betrokken partijen in verschillende klassen worden ingedeeld “die, krachtens nationaal recht, voldoende gedeelde belangen weerspiegelen op basis van verifieerbare criteria.”6 In overweging 44 wordt verduidelijkt dat een klassenindeling geschiedt “met het oog op de goedkeuring van een plan op een wijze die hun rechten en rangorde van hun vorderingen en belangen respecteert.” ‘Vorderingen en belangen’ is een vertaling van de Engelse begrippen ‘claims and interests’. In deze context wordt met interests gedoeld op de rechten van aandeelhouders en niet hun subjectieve belangen.7 De focus ligt bij de klassenindeling op de rechten van schuldeisers en aandeelhouders en niet op hun vrijwel onbeperkt aantal verschillende belangen.8
De norm van de Richtlijn is in grote mate geïnspireerd op de norm voor de klassenindeling bij de Engelse scheme.9 Het betreft een open norm: de klassenindeling staat niet op voorhand vast. Dit brengt de nodige flexibiliteit met zich.10 Schuldeisers of aandeelhouders met vergelijkbare rechten kunnen in één stemklasse worden ingedeeld,11 maar een splitsing in meerdere stemklassen is ook mogelijk.12 Degene die het akkoord aanbiedt, moet de klassenindeling motiveren.13 Het is aan de lidstaten zelf om criteria voor een klassenindeling te formuleren die passen binnen de open norm.14 De precieze invulling in de Engelse, Duitse en Nederlandse wetgeving komt in de volgende hoofdstukken uitgebreid aan bod.15 De Richtlijn noemt enkel een verplichte indeling van schuldeisers met zekerheidsrechten en schuldeisers zonder zekerheidsrechten in verschillende klassen.16 Ten aanzien van aandeelhouders wordt in de preambule nog vermeld dat meerdere stemklassen nodig kunnen zijn wanneer het aandelenkapitaal in verschillende soorten aandelen met verschillende rechten is verdeeld.17 De Richtlijn zwijgt over een mogelijke dubbele hoedanigheid van aandeelhouders (bijvoorbeeld een aandeelhouder tevens schuldeiser) of schuldeisers. Hoe moet worden omgegaan met dubbele hoedanigheden komt bij de nationale regelgeving verder aan bod.18
Bij micro-, kleine en middelgrote ondernemingen mogen lidstaten bepalen dat, vanwege de eenvoudige kapitaalstructuur, een klassenindeling niet is vereist en slechts één stemklasse volstaat.19 Stemt deze klasse vervolgens tegen het akkoord, dan mag de vennootschap een nieuw akkoord aanbieden.20 Deze lidstaatoptie is opmerkelijk. Concurrente schuldeisers of zelfs aandeelhouders kunnen schuldeisers met zekerheidsrechten overstemmen wanneer zij in één stemklasse hun stem mogen uitbrengen over het akkoord. In Nederland, Engeland en Duitsland bestaat de mogelijkheid van één stemklasse, mijns inziens terecht, niet.
Toetsing klassenindeling
De rechter toetst de klassenindeling wanneer hij beslist over de homologatie van het akkoord.21 Lidstaten mogen voorschrijven dat de aanbieder van het akkoord in een eerder stadium kan verzoeken om een rechterlijke beslissing over de klassenindeling.22 Bij de Engelse scheme beoordeelt de rechter de klassenindeling reeds uitvoerig in de beginfase van de procedure zodat in een vroeg stadium gebreken in de klassenindeling kunnen worden ontdekt en hersteld.23 Ook bij de Duitse akkoordprocedure toetst de rechter in een vroeg stadium van de procedure het akkoord, waaronder de klassenindeling, tijdens de Vorprüfung.24 Dit neemt niet weg dat de rechter ook tijdens de homologatie de klassenindeling beoordeelt. Vanwege de kosten van rechterlijke inmenging gaat mijn voorkeur uit naar de mogelijkheid en niet de verplichting voorafgaand aan de homologatie te verzoeken om toetsing van de klassenindeling. De WHOA hanteert, in mijn ogen dan ook terecht, een optionele rechterlijke betrokkenheid voorafgaand aan de homologatie.25