Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.4.6
II.3.4.6 Artikel 94 Gw
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS584893:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Paragraaf 3.4.3.
Zie nt. 332.
Bijv. Van Maanen 2000a, p. 100; Kooper 2000, p. 172; Hoogers & De Vries 2002, p. 180; Fleuren 2004a, nr. 274; Bellekom e.a. 2007, nr. 108. Zie ook H.J.M. Jeukens in zijn annotatie bij ARRvS 31 juli 1979, AA 1980, p. 186-189 (Eilanderbinding), onder nr. 1.
Van Buuren 1987, p. 60; J.E.M. Polak 1987, p. 109; Schutgens 2009, p. 13.
Hof ’s-Gravenhage 20 januari 2000, JM 2000, 38, m.nt. Lambers, r.o. 36.
Bijv. Rb ’s-Gravenhage 21 juni 1983, AB 1984, 104 (Luchtvervoertarieven), r.o. 4; Rb. ’s-Gravenhage 12 november 1998, JB 1998, 288, m.nt. HJS (WAO-premie); Rb. A’dam 23 januari 2009, LJN BH0778.
HR 19 november 1999, AB 2000, 387, m.nt. ThGD (Tegelen), r.o. 3.4 (cursivering JS).
Hiervóór is artikel 94 Gw al kort aan de orde gekomen.1 Het bepaalt, dat wettelijke voorschriften buiten toepassing moeten blijven als de toepassing onverenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties. Volgens de Grondwetgever verplicht die bepaling de rechter tot zowel toetsing van het voorschrift zelf als toetsing van zijn toepassing.2 Onduidelijkheid bestaat echter over de vraag, of zij de rechter verbiedt een wettelijk voorschrift onverbindend te verklaren als hij tot de conclusie komt tot het voorschrift zelf in strijd is met een van de in artikel 94 Gw bedoelde bepalingen.
In de literatuur wordt die vraag zowel bevestigend3 als ontkennend beantwoord.4 De auteurs die van oordeel zijn, dat artikel 94 Gw onverbindendverklaring verbiedt, benadrukken de imperatieve redactie van die bepaling: ‘wettelijke voorschriften vinden geen toepassing’.
Ook in de jurisprudentie komt die redenering voor. Zo overwoog het Haagse Hof, dat voor onverbindendverklaring van een wet wegens strijd met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM geen plaats is,
‘omdat artikel 94 Grondwet niet inhoudt dat wettelijke voorschriften bij strijd met verdragsbepalingen onverbindend zijn maar (slechts) dat zij geen toepassing vinden’.5
Rechters die zo redeneren hebben geen bezwaar tegen overwegingen in de uitspraak, waaruit blijkt, dat aan het voorschrift zelf een gebrek kleeft, maar laten het daarop ‘buiten toepassing’, zonder het onverbindend te verklaren.
Schrijvers die menen, dat artikel 94 Gw onverbindendverklaring wel toestaat, redeneren – terecht – anders. Zij stellen, dat zowel onrechtmatige voorschriften als voorschriften waarvan alleen een toepassing onrechtmatig is, buiten toepassing moeten worden gelaten. Hoe de rechter de onrechtmatigheid kwalificeert – verklaart hij het voorschrift onverbindend of niet? – is daarvoor niet van belang. Zo gelezen zegt artikel 94 Gw niets over de vraag, of een wettelijk voorschrift onverbindend mag worden verklaard. Bij die stand van zaken valt niet in te zien, waarom de rechter bij toetsing krachtens dat artikel niet en bij andere toetsing wel voorschriften onverbindend mag verklaren.
Verschillende rechters verklaren wettelijke voorschriften bij toetsing krachtens artikel 94 Gw dan ook onverbindend.6 Ook de Hoge Raad lijkt te suggereren, dat artikel 94 Gw onverbindendverklaring toelaat. Zo overwoog hij in Tegelen:
‘De vraag in hoeverre dit een en ander anders zou zijn indien het gaat om [een wet] waarvan wordt aangevoerd dat een of meer bepalingen op grond van art. 94 Gr.w onverbindend zijn [...], behoeft geen beantwoording, aangezien dit geval zich hier niet voordoet.’7