Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.2.2:5.2.2 Achtergrond van de loondoorbetalingsverplichting
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.2.2
5.2.2 Achtergrond van de loondoorbetalingsverplichting
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943502:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2003/04, 29 231, nr. 3, p. 13 (MvT bij Wet Verlenging van loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds 2004 zijn werkgevers verplicht het loon tijdens ziekte 104 weken door te betalen.1 De belangrijkste aanleiding voor de introductie van een langdurige loondoorbetalingsverplichting vond echter al plaats met de zogenoemde ‘privatisering’ van de Ziektewet die aanving in 1996 door invoering van de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte (hierna: Wulbz).2 Werkgevers werden hierdoor verplicht gedurende 52 weken minstens 70% van het loon door te betalen. Voor die tijd hoefden werkgevers met maximaal vijftien werknemers het loon slechts twee weken door te betalen. Grotere ondernemingen hadden deze verplichting gedurende zes weken.3 Na afloop van dit aantal weken nam de overheid, in de vorm van het UWV, de betaling van inkomen tijdens ziekte over door ziekengeld uit te keren uit hoofde van de Ziektewet (hierna: Zw).
Ook na de privatisering is ziekengeld blijven bestaan, maar het komt veelal niet tot uitkering vanwege de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever. Art. 29 Ziektewet bepaalt dat geen ziekengeld wordt uitgekeerd indien de arbeidskracht recht heeft op loon als bedoeld in art. 7:629 BW.4 Ziekengeld is sinds de privatisering uitsluitend bedoeld als vangnet voor zieke arbeidskrachten die tijdens arbeidsongeschiktheid geen aanspraak maken op loondoorbetaling vanuit een werkgever. Deze arbeidskrachten worden ook wel aangeduid als ‘vangnetters’.