Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer
Einde inhoudsopgave
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.1.4:A.1.4 Danner
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.1.4
A.1.4 Danner
Documentgegevens:
Dr. E.A.P. Schouten, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
Dr. E.A.P. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS634615:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook PensioenJurisprudentie 2002/120, m.nt. P.M.C. de Lange.
Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen, PbEG L 336, p. 15.Vervangen door Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG, PbEU, L 64/1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Danner was een arts met zowel de Finse als de Duitse nationaliteit. Hij emigreerde vanuit Duitsland naar Finland. Hij bleef na zijn emigratie premies betalen aan een Duitse verzekeraar. Finland weigert de aftrek. Alleen premies die worden betaald aan een Finse verzekeraar waren aftrekbaar. Het HvJ gaat nader in op drie mogelijke rechtvaardigingsgronden voor de Finse wettelijke regeling: de noodzaak tot fiscale samenhang van het nationale stelsel, de doeltreffendheid van fiscale controles en het streven de belastinggrondslag van de desbetreffende lidstaat te vrijwaren.1 De fiscale samenhang ging bij Bachmann alleen maar op omdat daar sprake was van een directe relatie tussen aftrek en belastingheffing, in die zin dat bij het weigeren van aftrek ook geen heffing zou kunnen plaatsvinden. Dat rechtstreekse verband doet zich hier niet voor: de Duitse pensioenen zullen in Finland worden belast ook al kon de premie niet worden afgetrokken. Het HvJ oordeelt, conform Wielockx, dat een lidstaat geen beroep kan doen op de nationale coherentie als de samenhang tussen aftrek en heffing reeds is verzekerd doordat er een verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing is afgesloten, waarbij het heffingsrecht wordt toegewezen aan de woonstaat, ongeacht in welke staat de premies zijn betaald en afgetrokken.
De Finse en de Deense regering stelden eveneens dat de niet-aftrekbaarheid van de premies die zijn betaald aan door buitenlandse instellingen beheerde stelsels, wordt gerechtvaardigd door de noodzaak om de doeltreffendheid van de fiscale controles te waarborgen en om belastingfraude te voorkomen. Het HvJ oordeelt anders. Lidstaten kunnen op grond van Richtlijn 77/7992 de benodigde inlichtingen verkrijgen. Bovendien kan de belastingautoriteit bewijzen vragen van de belastingplichtige omtrent de toepasselijkheid van voorwaarden voor aftrekbaarheid.
Ook door de argumenten in verband met de bescherming van de integriteit van de belastinggrondslag is het HvJ niet overtuigd. Het voorkomen van lagere belastingopbrengsten is geen rechtvaardigingsgrond voor het beperken van vrije dienstverrichting en vormt daarvoor ook geen dwingende reden van algemeen belang.