De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.10.4:I.3.10.4 Het minderheidsrecht betreffende het enquêterecht
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.10.4
I.3.10.4 Het minderheidsrecht betreffende het enquêterecht
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285023:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1980/1981, 16915 (R 1172).
Kamerstukken II 1979/80, 14225 (R 1051), nr. 16; Handelingen II 1979/1980, p. 1919-1963; 2048-2056; 2061-2107; 2716-2724; 2743-2751; 2876-2877
Kamerstukken II 1980/81, 16915, B, p. 8.
Handelingen I 1981/82, 11, p. 439 -444.
In 1985 maakten Van der Burg en Stoffelen een soortgelijk initiatiefwetsvoorstel aanhangig. De Eerste Kamer verwierp dit voorstel in eerste lezing, zie hoofdstuk 3, par. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten tijde van de algehele grondwetsherziening van 1983 lag in tweede lezing een voorstel voor over de inlichtingenplicht en het recht van een minderheid om een parlementaire enquête te houden.1 In eerste lezing had de Tweede Kamer ingestemd met een amendement-Faber dat beoogde dat een vijfde deel van het aantal leden kon bepalen dat van het recht van enquête gebruik gemaakt zou moeten worden.2
In de tweede lezing stemden de CDA-senatoren overwegend anders dan in de eerste lezing. Zij lieten zich in de tweede lezing duidelijk inspireren door een advies van de Raad van State in tweede lezing. De Raad van State kon pas in tweede lezing advies uitbrengen over het in eerste lezing aangenomen amendement. De Raad gaf in zijn advies aan dat er een onwerkbare regeling met dit voorstel zou worden ingevoerd. Het enquêterecht zou namelijk in handen gelegd worden van een minderheid in weerwil van een meerderheid. Dat kan volgens de Raad van State tot onwerkbare situaties leiden. Tevens bestond het risico dat de verlaagde drempel tot het enquêterecht zou kunnen leiden tot een al te zware belasting van het parlement.3 Op basis van deze argumenten liet het CDA zich overtuigen en stemde tegen het voorstel, waardoor een gekwalificeerde meerderheid niet meer haalbaar was. 45