Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/4.3.8:4.3.8 Akkoord 'Den Holder BV'
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/4.3.8
4.3.8 Akkoord 'Den Holder BV'
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS446104:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 23 december 1955, NJ 1956, 54.
Kenbaar uit: Pres. Rb. Breda 13 maart 1993, KG 1993, 169.
De gegevens over de inhoud van het akkoord ontleen ik aan een artikel van Verschoof, Afwikkeling van een faillissements- of surseance-akkoord via een stichting, Stichting & Vereniging 1993, p. 121 e.v.
Verschoof, p. 123.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Inleiding
In het eerder genoemde arrest uit 1955 zag de Hoge Raad in het aan hem voorgelegde liquidatie-akkoord slechts een verbintenisrechtelijke beperking van de schuldenaar ten aanzien van de goederen in de afgestane boedel.1 Het risico van vervreemding door de schuldenaar van de goederen in het afgestane vermogen zonder toestemming van de vereffenaar blijft aanwezig, indien een schuldenaar slechts een verbintenisrechtelijke beperking ondervindt ten aanzien van het afgestane vermogen. Om voornoemd risico te voorkomen, kan een liquidatie-akkoord inhouden dat de afgestane boedel wordt overgedragen aan een bepaalde derde (bijvoorbeeld een stichting of een vereniging). De overdracht van de afgestane boedel aan een bepaalde derde roept wel een aantal vragen op. Kunnen de concurrente schuldeisers de schuldenaar nog aanspreken, indien de vereffenaar zijn taken en bevoegdheden niet naar behoren uitoefent? Zijn met andere woorden de rechten die de Faillissementswet aan de schuldeisers heeft toegekend, door de overdracht van de afgestane boedel in tact gebleven? De schuldenaar heeft immers door de overdracht van de afgestane boedel voldaan aan zijn verplichting uit het akkoord en is door de overdracht niet langer rechthebbende van de afgestane boedel. In de onderhavige paragraaf wordt aan de hand van een gehomologeerd akkoord in de surseance van betaling van Den Holder BV nader ingegaan op voornoemde vragen.2
Akkoord
In het akkoord in de surseance van Den Holder BV heeft Den Holder BV, alle in haar vermogen aanwezige geldmiddelen en vorderingen, inclusief toekomstige vorderingen die voortvloeien uit een doen of nalaten voor datum homologatievonnis, ter beschikking gesteld aan haar schuldeisers.3 Om nakoming van deze verplichting te verzekeren, is Den Holder BV op grond van het akkoord gehouden de activa over te dragen aan een binnen veertien dagen na het homologatievonnis op te richten stichting. Deze stichting dient te fungeren als vereffenaar van de door Den Holder BV afgestane boedel. In het akkoord is tevens de voorwaarde gesteld, dat de stichtingsstatuten dienen te worden opgesteld conform de versie die in concept is toegevoegd aan het akkoord. De levering van de activa zou geschieden volgens een in concept aan het akkoord gehechte 'akte van overdracht', op eerste verzoek van het stichtingsbestuur. Wanneer en wat er wordt uitgekeerd aan de schuldeisers, zou worden vastgesteld door de stichting. Op grond van het akkoord dient echter een eerste uitdeling plaats te vinden binnen drie weken na het in kracht van gewijsde gaan van het homologatievonnis. Op basis van het akkoord zouden de schuldeisers met vorderingen tot f 3.000,- volledige betaling ontvangen, schuldeisers met vorderingen vanaf f 3.000,- tot f 60.000,- zouden f 3.000,- krijgen en schuldeisers met vorderingen groter dan f 60.000,- zouden 5% van het bedrag van hun vorderingen uitgekeerd krijgen.
Over de inhoud van het akkoord kort het volgende. Verschoof4 is van mening dat het akkoord van Den Holder BV een liquidatie-akkoord is. Ik ben daar niet zonder meer zeker van. Uit het akkoord blijkt duidelijk dat Den Holder BV afstand heeft gedaan van zijn boedel ten behoeve van zijn concurrente schuldeisers. In zoverre is het onderhavige akkoord te kwalificeren als een liquidatie-akkoord. In het akkoord staat echter ook opgenomen hoe de opbrengst van de boedel over de schuldeisers moet worden verdeeld. De schuldeisers zijn in groepen verdeeld al naar gelang de hoogte van hun vorderingen, waarbij iedere groep schuldeisers op basis van het akkoord een bepaald deel van zijn vordering krijgt uitgekeerd. Mijns inziens valt dit onderdeel van het akkoord te kwalificeren als een percentage-akkoord. Het akkoord van Den Holder BV draagt naar mijn mening zowel de kenmerken in zich van een liquidatie-akkoord als van een percentage-akkoord. Hier wordt andermaal duidelijk dat, zoals eerder in dit hoofdstuk is aangegeven, 'het' liquidatie-akkoord noch 'het' percentageakkoord bestaat. Het etiket zelf zegt niet alles over de nadere inhoud van het akkoord.