Einde inhoudsopgave
De concern(genoten)enquête (VDHI nr. 158) 2019/7.2.2
7.2.2 Enquêteverzoekers
mr. R.P. Jager, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. R.P. Jager
- JCDI
JCDI:ADS85861:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vide voetnoot 312 supra.
Vide hof Amsterdam (OK) 30 juli 2002, JOR 2002/192, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Janson); hof Amsterdam (OK) 1 augustus 2002, ARO 2002/129 (Mali Zevenaar); hof Amsterdam (OK) 27 juni 2003, ARO 2003/113 (Johnny Hoes); hof Amsterdam (OK) 13 oktober 2006, ARO 2006/172 (Hartevelt); hof Amsterdam (OK) 19 november 2009, ARO 2009/180 (FazandtGroep); hof Amsterdam (OK) 20 mei 2010, ARO 2010/88 (UPA); hof Amsterdam (OK) 16 juli 2010, ARO 2010/112 (Boon); hof Amsterdam (OK) 27 december 2011, ARO 2012/6 (Hein Schilder); hof Amsterdam (OK) 14 juni 2012, ARO 2012/98 (RVDD); hof Amsterdam (OK) 28 augustus 2012,ARO 2012/119 (Pierson & Pierson); hof Amsterdam (OK) 3 september 2012, ARO 2012/130 (Pebblestone); hof Amsterdam (OK) 13 maart 2014, ARO 2014/60 (S&R); hof Amsterdam (OK) 7 juli 2015, ARO 2015/171 (Phanos Reit); hof Amsterdam (OK) 21 december 2017, ARO 2018/50 (IHP); hof Amsterdam (OK) 28 maart 2018, ARO 2018/108 (Baars); hof Amsterdam (OK) 28 november 2018, ARO 2019/32 (RAB); hof Amsterdam (OK) 4 december 2018, ARO 2019/41 (Korsten); hof Amsterdam (OK) 19 december 2018, ARO 2019/64 (Steelframe); hof Amsterdam (OK) 19 februari 2019, ARO 2019/83 (Treffers).
Hof Amsterdam (OK) 17 maart 2014, ARO 2014/61 (Fuhler).
Hof Amsterdam (OK) 8 juli 2015, JOR 2015/260, m.nt. C.D.J. Bulten, Ondernemingsrecht 2015/92, m.nt. P.M. Storm, AA 2015/9, m.nt. B.F. Assink (SNS).
Hof Amsterdam (OK) 14 november 2016, ARO 2017/51 (WiSH IP).
Hof Amsterdam (OK) 8 mei 2014, ARO 2014/85 (De Jong).
Hof Amsterdam (OK) 27 november 2018, ARO 2019/29, r.o. 3.8 (JBNT).
Hof Amsterdam (OK) 19 februari 2019, ARO 2019/84, r.o. 1.1-1.2 iuncto r.o. 2.3 (Lap).
In deze paragraaf zal ik – aan de hand van de (vooraf) door mij geselecteerde beschikkingen –1inventariseren welke soorten verzoekers de Ondernemingskamer (mede) hebben verzocht om het benoemen van een of meer personen tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van ‘hun’ vennootschap(pen) en van een of meer daaronder hangende vennootschappen in wier geplaatste kapitaal zij geen (certificaten van) aandelen houden.
Het leeuwendeel van die beschikkingen bestaat hieruit dat aandeelhouders, hetzij alleen, hetzij gezamenlijk, hebben verzocht om een enquête als bovenbedoeld. Een aanzienlijk kleiner deel daarvan bestaat uit verzoeken die op initiatief van certificaathouders, hetzij alleen, hetzij gezamenlijk, zijn ingediend.2
In de Fuhler-beschikking was de verzoekster, die bij twee staken van vennootschappen om een enquête verzocht, zowel aandeelhouder als certificaathouder.3
Een andere noemenswaardige beschikking betreft die inzake SNS, waarin de verzoekers ten tijde van de indiening van hun enquêteverzoek ten gevolge van onteigening in het geplaatste kapitaal van SNS Reaal N.V. geen aandelen meer hielden.4 Voorts kan gewezen worden op de WiSH IP-beschikking,5 waarin door OKami en WE Projects gezamenlijk werd verzocht om, kort gezegd en voor zover hier van belang, een onderzoek bij WiSH IP, WE Projects en bij SK Projects. OKami was een 50%-aandeelhouder van WiSH IP, die, op haar beurt, een 100%-aandeelhouder van WE Projects zowel als van SK Projects was. Gelet hierop, versta ik het evenbedoelde verzoek aldus dat voor zover het was gedaan door OKami het er slechts toe strekte een onderzoek te gelasten bij WiSH IP alsook bij SK Projects en voor zover het was gedaan door WE Projects het er slechts toe strekte een onderzoek te gelasten bij haarzelf, en niet ook, zijwaarts, bij SK Projects en, opwaarts, bij WiSH IP. Vermeldenswaardig is ook de De Jong-beschikking, waarin een vereffenaar het verzoek deed.6 In de JBNT-beschikking werd het verzoek gedaan door een deelgenoot in een ontbonden, onverdeelde huwelijksgoederengemeenschap – waarvan de aandelen deel uitmaakten – waartoe werd overwogen dat, kort gezegd, de verzoekster gelijk kon worden gesteld aan een aandeelhouder en uit dien hoofde bevoegd werd geacht.7 Overigens noem ik de Lap-beschikking, waarin het concerngenotenenquêteverzoek door een erfgenaam van de overleden aandeelhouder werd gedaan.8